De concentratie van Lithiumcarbonaat in de hersenen – deel 3: Een spiegel van nul

Sinds maandag 2 maart 2026 slik ik geen Lithiumcarbonaat meer. De Lithiumspiegel in mijn hersenen is nu nul. Ik gebruik momenteel geen stemmingsstabilisator meer. De enige medicatie voor mijn bipolaire stoornis is nu nog de Olanzapine, standaard in een dosering van 5 mg.

Dat betekent overigens niet dat er niets misgegaan is. Tijdens het afbouwen van de Lithiumcarbonaat is het afbouwen gepauzeerd. Dit kwam omdat ik hypomaan werd. De Olanzapine is toen verviervoudigd naar 20 mg en ik heb contragedrag ingezet om ervoor te zorgen dat het niet erger werd.

Aangezien ik toen nog slechts 400 mg Lithiumcarbonaat slikte, was de Lithiumspiegel zó laag dat deze mij niet meer beschermde. Erger zelfs: ik had wel last van de nadelen van deze medicatie, maar geen voordelen meer. Desondanks ben ik tijdens die episode thuis blijven wonen.

Met vereende krachten van familie, vrienden, collega’s, behandelaren, herstelcoaches en herstelondersteuners heb ik mezelf in het gareel weten te houden. Mijn eerste episode zónder Lithiumcarbonaat heb ik overleefd zónder opname. Dat is een prestatie.

Alleen één zwaluw maakt nog geen zomer. Het is niet zo dat alle toekomstige periodes ook dit resultaat zullen hebben. Het vereist voortdurend aandacht. Het is niet zo dat ik er nu helemaal ben. Het geeft wél een indicatie. Dat het mogelijk is om zo’n episode door te komen zonder Lithiumcarbonaat.

Dat stemt mij hoopvol. Tegelijkertijd vind ik het ook best spannend. Over het algemeen kan je er wel vanuit gaan dat je als persoon met een bipolaire stoornis om de zoveel tijd wel weer een episode gaat krijgen. Dus is het belangrijk om te letten op de eerste tekenen van een nieuwe ‘ontremming’, het voorstadium van een hypomanie.

Daarom is het ook belangrijk om te ‘ijken’. Om er bij stil te staan hoe anders het nu is. Mijn leven is namelijk niet hetzelfde gebleven. Ik heb veel gewoontes aangepast. Daar ben ik nog steeds niet helemaal aan gewend.

We hebben ervoor gezorgd dat ik mijn Olanzapine kan verhogen naar 20 mg op het moment dat ik dat zelf wil. Deze medicatie ligt in mijn medicijnkluis op mijn slaapkamer met een brief erbij dat ik deze mag gebruiken op mijn eigen verzoek. Dit om te voorkomen dat het inzetten van de verhoging vertraagd wordt, zoals in 2025 het geval was.

Om ervoor te zorgen dat mijn omgeving beter om kan gaan met een hypomane episode heb ik ook weer een klinische les gegeven. Hierin heb ik uitgelegd hoe mijn kwetsbaarheden zijn en hoe deze tot elkaar verhouden. Tevens heb ik de toehoorders uitgelegd wat de handvaten zijn die zij kunnen gebruiken op het moment dat het ‘de verkeerde kant’ op gaat.

Een middel bij het ijken is het meten van mijn slaap. Dat deed ik voorheen enkel met een app op mijn telefoon. Tegenwoordig gebruik ik ook een mat die onder mijn matras ligt. Deze twee meetmethodes vullen elkaar aan, maar zijn zeker niet zaligmakend. Samen geven ze gelukkig wel een goede indicatie van mijn slaap. De gegevens van deze applicaties deel ik dagelijks met mijn groepje.

Doordat ik geen stemmingsstabilisator meer gebruik, heb ik nu ook last van natuurlijke lichte stemmingswisselingen. Daar dien ik nog mee om te leren gaan. Tegelijkertijd zorgt dit ervoor dat ik scherp blijf. Ik merk beter waardoor ik geprikkeld kan raken. Waar mijn ergernissen vandaan komen en wat mij onzeker kan maken. Voorheen leek ik hier minder zicht op te hebben, omdat ik er geen gevolgen van ervaarde.

Hierdoor word ik ook eerder fel. Dan kan ik uitvallen naar iemand. Dat is minder prettig, zacht gezegd. Gelukkig sta ik over het algemeen wel open voor feedback en heb ik mensen om mij heen die mij dit kunnen geven. Wanneer ik in staat ben om mijn goede zelfbeheersing in alle situaties degelijk in te zetten dan verwacht ik hier op de lange termijn geen grote problemen mee.

Over problemen gesproken: mijn huid heeft zich grotendeels hersteld. De acne is zo goed als weg, de roos is er niet meer en achter mijn oren heb ik geen schilfers meer. Ik heb minder dorst, zelden nog een droge mond, het gloeien lijkt weg te zijn en het beven is ook minder. Kortom, de bijwerkingen van de Lithiumcarbonaat zijn weg!

Dat hoort dus niet meer bij mijn leven!
Ik ben heel blij met het resultaat van het afbouwen van de Lithiumcarbonaat. Ik weet nu hoe het is om zonder deze stemmingsstabilisator te leven. Ik weet nog niet hoe mijn leven er verder uit gaat zien, de toekomst is ongewis, maar deze ervaring zal voor altijd bij mij blijven.
Vandaag is het woensdag 27 mei 2026 en sluit ik een hoofdstuk in mijn leven af. Wat gaat mijn nieuwsgierigheid mij allemaal nog brengen?

De concentratie van Lithiumcarbonaat in de hersenen – deel 2: Het afbouwen begint

Vandaag, vrijdag 21 maart 2025, begint het afbouwen van mijn Lithiumcarbonaat. De eerste stap is van 1000 naar 800 mg Lithiumcarbonaat.

Omstreeks 20:30 zal ik de nieuwe dosering tot mij nemen. Het duurt zo’n 5 dagen voordat de nieuwe Lithiumspiegel is bereikt. Aanstaande donderdagochtend zal mijn bloed geprikt worden om te achterhalen wat deze spiegel precies zal zijn.

Bij de vorige meting was deze aan de hoge kant: 0,9. Een lithiumspiegel wil je het liefst hebben tussen de 0,6 en 0,8. Hoger kan, zolang het onder de 1,0 blijft. Onder de 0,6 is ’te laag’, als in dat verwacht wordt dat het dan niet adequaat werkt. Schijnbaar is de verhouding tussen de dosering van de Lithiumcarbonaat en de -spiegel lineair, dus de verwachting is dat ik nog een werkzame dosering zal hebben bij deze eerste verlaging.

Dit betekent dat ik bij de tweede verlaging, van 800 naar 600 mg Lithiumcarbonaat, geen afspraak meer zal hebben waarbij mijn Lithiumspiegel wordt gemeten, omdat er dan vanuit gegaan wordt dat deze toch wel te laag is. Mijn bloed zal dan enkel nog jaarlijks onderzocht worden. Dat is dan echter in het kader van de jaarlijkse metabole screening, waar er ook naar andere zaken gekeken wordt om mijn gezondheid te bepalen. Aanstaande donderdagochtend zal ik dus voor het laatst, voor mijn Lithiumspiegel, thuis geprikt worden.

Gek genoeg zal ik het bloed laten prikken wel een beetje missen. Voordat ik begon met twijfelen aan de Lithiumspiegel in mijn hersenen, vond ik het altijd wel prettig dat deze methode er was, omdat ik er dus vanuit ging dat het adequaat was. Sinds dat de priklocatie in mijn gemeente weg is, werd ik thuis geprikt. Dat was toch al wat minder, want ik weet dan niet hoe laat ze precies komen.

Vanochtend heeft mijn huidtherapeute foto’s gemaakt van mijn lichaam. Het wordt interessant om te zien of, en wat voor, het verlagen van de Lithiumcarbonaat effect heeft op mijn huid. Verder ben ik nieuwsgierig of de andere bijwerkingen (ook) geleidelijk af gaan nemen. Dat is tenslotte toch de reden dat ik af ga bouwen. Ik wil weten of mijn leven significant beter is zonder Lithiumcarbonaat.

Overigens heb ik slechts toestemming van mijn behandelaars om af te bouwen. Ze hebben het niet geadviseerd. Ze begeleiden mij wel tijdens het hele proces, dus dat is erg prettig. Er is ook gesproken over een alternatief voor de Lithiumcarbonaat. Er is niets concreets over afgesproken, want we willen eerst weten hoe het met mij gaat als ik helemaal van de Lithiumcarbonaat af ben, zodat we weten welke bijwerkingen (volledig) door de Lithiumcarbonaat kwamen.

Aangezien de Olanzapine mijn manische kant best goed kan beteugelen, volgens mij, zou dat alternatief vooral ingezet worden om mijn sombere kant te behandelen. Alleen eerst kijken of ik daadwerkelijk somber word, want anders is er wellicht geen aanleiding om het middel in te zetten. Door de jaren heen heb ik namelijk wel methodes geleerd om beter op mezelf te letten. Bovendien word ik nog steeds begeleid en heb ik een groot netwerk om mij heen.

Het afbouwen gaat per 4 weken. Elke keer gaat de dosering met 200 mg omlaag. Bij elke stap omlaag wordt het geëvalueerd. Mocht het afbouwen helemaal gaan volgens die planning dan is de vijfde en laatste verlaging, naar 0 mg Lithiumcarbonaat, op vrijdag 11 juli 2025. Eerst dacht ik dat je er dan nog 4 weken aan toe moest voegen, maar aangezien de Lithiumcarbonaat na zo’n 5 dagen mijn bloed al wel verlaten zal hebben, ben ik op donderdag 17 juli 2025 volledig Lithiumcarbonaat vrij.

Een beetje geldstress maakt het verschil

Zoals je kunt lezen in andere verhalen ben ik ooit begonnen aan een persoonlijke financiële stresstest. In eerste instantie dacht ik dat dit tijdelijk zou zijn. Vervolgens liep het jaren.

Deze maand heb ik er punt achter gezet. Ik ga me er niet meer helemaal door laten begrenzen. Een beetje wel, want ik ben van mening dat het je scherp houdt. Dat ik nu beter weet hoeveel iets kost, wanneer ik puur naar de prijs kijk.

Voordat ik aan die test begon had ik bij sommige zaken niet goed in de gaten hoeveel van mijn inkomen daaraan op zou gaan, puur omdat ik voor een deel niet van mijn inkomen leefde. Nu ging, zoals je kunt lezen in die eerdere verhalen, een hoop van dat geld naar goede doelen. Daar heb ik nog steeds geen spijt van. Desalniettemin realiseer ik me nu wel des te meer hoeveel geld ik daar aan ‘uitgaf’.

Inmiddels, na 2 1/2 jaar, kan ik zeker stellen dat ik tevreden ben met mijn uitgavenpatroon en dat ik dit goed in de hand heb. Ik weet echt waar mijn geld naar toe gaat en sta achter zo’n beetje elke transactie. Ja, het klopt, wanneer een transactie niet naar mijn zin is, kan me dat wel frustreren.

Daarnaast heeft het ook weinig zin voor mij om nog langer uitgebreid te sparen voor zaken, omdat ik weet dat ik op een gegeven moment meer mag gaan betalen voor mijn eigen bijdrage aan het CAK. Aangezien er dan niet bij wordt gehouden wat mijn bijdrage aan het rijk zal zijn en ik geen invloed heb op hoe het besteed kan worden, kan ik beter bedenken waar ik het aan uit zou geven.

Dat vind ik lastiger dan je wellicht zou denken. Ik zeg wel eens:

Geld uitgeven wat je hebt, kan iedereen. Geld zinnig uitgeven kan niet iedereen.

Johan Zijlstra

Geld doneren is vaak zinnig. Ik draag graag mijn steentje bij. Daarom deed ik dat graag. Alleen leef ik wel van een uitkering en blijkbaar is het dan niet gepast om te doneren, omdat je zelf voor een deel een goed doel bent. Los van het feit dat dit effect heeft op mijn gemoedstoestand om een goed doel te zijn, weet ik ook niet zo goed waar ik het geld dan goed aan kan besteden dan op manieren dat ik nu al doe.

Nee, ik geef niet veel geld uit, want ik leef van mijn uitkering. Ik wil een bestedingspatroon dat past bij mijn inkomen, niet bij mijn vermogen. Hieruit vloeit voort dat ik dus meer incidentele uitgaven wil gaan doen. Dat vind ik ook best lastig, want gebruiksvoorwerpen en spullen liggen dan voor de hand. Deze producten mogen dan wellicht geen consumptieartikelen zijn, ze zorgen er wél voor dat mijn ecologische voetafdruk omhoog gaat.

Laatst had ik het idee om een monitor met 2 computers te kopen en mijn huidige iMac terug te verkopen aan mijn leverancier. Ik ben hier om verscheidene redenen niet mee doorgegaan. Het was echter wel een goede grote incidentele uitgave. Alleen door mijn iMac langer te gebruiken kan ik ook beschikken over twee besturingssystemen en mee blijven spelen zonder dat mijn ecologische voetafdruk omhoog gaat.

Natuurlijk kan ik nu wel heel makkelijk zaken vervangen wanneer ze versleten zijn. Zo heb ik laatst een nieuwe jas gekocht, ervoor gezorgd dat mijn nuraphone een vervanger had en momenteel ben ik ermee bezig dat ik een muziek streamer via Marktplaats binnen krijg. Hiermee wil ik muziek én podcasts streamen via de versterker, zoals ik kon voordat ik mijn tv had.

Dat maakt me overigens erg gelukkig. Dat ik alle spullen die ik in mijn bezit heb, makkelijk kan vervangen. Soms is geld daarvoor niet genoeg overigens, want het komt voor dat apparaten niet meer geproduceerd worden, zoals bij die nuraphone het geval is. Hierdoor kon ik het wel weer goedkoper krijgen.

Echte geldstress heb ik dus nog steeds niet. Ik bezuinig zelden op de zaken die ik echt belangrijk vind en nog steeds houd ik geld over. Ik leef en besteed heel bewust. Het helpt ook dat ik weinig geef om statussymbolen, snacks & snoep. Ergens best vreemd, want ik gebruik en geef om Apple apparaten. Later deze avond zal ik ook echt wel genieten van mijn rempejeh. Mocht je mijn voorraadkast open doen, zou je ook niet geloven dat ik weinig snoep.

Natuurlijk weet ik niet hoe lang ik deze levensstijl vol kan houden en hoeveel geld ik af mag gaan dragen aan de overheid. Dat is allemaal nog ongewis en in de toekomst. Ik kan het ook maar deels voorkomen. De vraag is vooral of ik het beter kan besteden. Op het moment dat ik dit type hebben we ‘nog’ een demissionair kabinet en is de formatie niet voltooid. Laat staan dat ik weet wat voor regering we zullen hebben over jaren vanaf nu. Alleen voor de langere termijn plannen vind ik nu eenmaal prettig.

Zijn er wellicht methodes waarmee ik mijn toekomstige zelf goed kan ondersteunen? Er zijn jaren geweest waarin ik meedeed aan crowdfunding projecten via o.a. Kickstarter. De reden dat ik op die website ben gegaan is onder andere een van mijn favoriete gebruiksvoorwerpen: mijn fietsklikkratje. Tegelijkertijd heb ik ook projecten gesteund die minder handige zaken op de markt brachten, maar ik ben nog steeds blij met eeears en mijn nuraphone.

De klassieker waar je gelukkig van wordt wanneer je er geld aan uitgeeft, is natuurlijk ervaringen. Wat dat betreft ben ik blij dat ik nog steeds hele leuke spellen voor de boeg heb, zoals Marvel’s Spider-Man 2 en Pokémon Violet: The Indigo Disk. Ik weet dat ik hier goed van kan genieten, wanneer ik eenmaal de rust en tijd neem om hiervoor te gaan zitten, lekker voor de tv. Dat is ook zo’n aankoop waar ik nog steeds van geniet.

Laat ik even zeggen dat ik heel dankbaar ben voor het leven dat ik nu mag leiden. Binnenkort komen er bijvoorbeeld ook weer 2 albums binnen van Lenka, een artiest waarvan ik blind haar albums kan kopen. Dat vind ik zo prettig, dat je weet dat je ergens in de toekomst ergens goed van kunt gaan genieten. Een van mijn favoriete bezigheden is dan ook luisteren naar mijn favoriete afspeellijst. Dat maakt me zo blij, ik doe dat nu ook.

Zo’n reflecterend stuk als dit is ook nog eens erg fijn om te typen. Ik heb namelijk laatst een nieuw toetsenbord gekocht om ervoor te zorgen dat mijn werkplek, achter mijn iMac, wat meer ergonomisch verantwoord is. Wanneer het om mijn gezondheid gaat, ben ik goed in staat om te investeren. Zo gebruik ik ook prijzige shampoo, omdat ik niet terug wil naar de anti roos shampoo die ik ooit eerst gebruikte, dat was niet goed voor mijn hoofdhuid.

Het is makkelijker geld uit geven wanneer je weet dat je het echt kunt missen. De verwachting is dat ik volgende week glasvezel ga krijgen, via Freedom nog wel. Ik heb best wat moeite mogen doen om daar bij te kunnen blijven, maar het is gelukt. Ik ben benieuwd of het zo fijn gaat zijn zoals ik verwacht.

Omdat ik het heb, is het makkelijker. Daarom behoud ik een deel van de stresstest. Ik blijf aan het eind van de maand afromen. Ik gebruik meerdere IBANs waar ik zonder gevolg geld vanaf kan halen. Ik heb wel eerder deze week automatisch budgetteren ingesteld. Ik ben benieuwd of dat bevalt. Daar ga ik de komende maanden nog wat mee spelen.

Mocht je in een soortgelijke situatie zitten zoals ik dan kan ik zo’n financiële stresstest adviseren. Alleen zijn er bijzonder weinig mensen die in zo’n situatie zoals ik zitten. Daarom maak ik er het meeste van. Je kunt het tenslotte niet over doen. Dat betekent zeker niet dat ik de dag ga plukken of beweren dat je slechts eenmaal leeft, want ik geloof dat je verder leeft in de harten van andere mensen. Daarom wil ik ook graag dat dit blog na mijn dood blijft bestaan, omdat mensen dan terug kunnen lezen hoe ik over zaken dacht.

Daar investeer ik namelijk nu al in.

De concentratie van Lithiumcarbonaat in de hersenen – deel 1: De Twijfel

Voor mijn werk als moderator op het platform BovenJan kwam ik in aanraking met een nieuwsbericht dat op deze website geplaatst werd. Dit nieuwsbericht was een doorplaatsing van dit artikel op PsyQ:

https://www.psyq.nl/actueel/-/voorspellen-wie-baat-heeft-bij-lithium-bij-bipolaire-stoornis

Aangezien dit artikel vrij beknopt is, ga ik er voor het vervolg van dit artikel vanuit dat je het gelezen hebt.

Dit artikel maakte bij mij nogal een impact. De lithiumconcentratie in het bloed, die spiegel die bij mij altijd zo stabiel is, zegt wellicht weinig over de concentratie van lithiumcarbonaat in de hersenen?

Ik wilde meer weten. Daarom heb ik uiteindelijk de psychiater achter het onderzoek benaderd en gevraagd of ze iets voor mij kon betekenen. Dat was helaas niet het geval. Vervolgens vroeg ze of ik mee wilde werken aan het onderzoek. Dat wil ik wel. Het kan namelijk zo zijn dat dit onderzoek ervoor kan zorgen dat mensen die gaan beginnen met Lithiumcarbonaat beter kunnen achterhalen of het slikken van de bijbehorende tabletten de beoogde werking kunnen gaan hebben.

Voordat ik bekend was met dit onderzoek ben ik er altijd vanuit gegaan dat de ‘lithiumspiegel’, de lithiumwaardes in het bloed, veelzeggend waren of het goedje adequaat zijn werk deed. Dat dit dus niet het geval zou kunnen zijn, heeft bij mij een zaadje van twijfel geplaatst over hoe goed Lithiumcarbonaat bij mij werkt. Er zijn nogal wat aanleidingen om daar aan te twijfelen namelijk.

Zo ben ik pas echt stabiel geworden sinds ik Olanzapine slik. Daar ben ik mee begonnen tijdens mijn laatste opname. Dat was in 2012. Sindsdien ben ik niet meer opgenomen geweest of manisch geweest. Daarvoor ben ik meerdere keren opgenomen geweest, terwijl ik gewoon Lithiumcarbonaat slikte. Zoals gezegd is de lithiumspiegel vrij stabiel, dus daar kan het niet aan liggen.

Het probleem is dus dat ik nog nooit Olanzapine zonder Lithiumcarbonaat heb geslikt. Er is letterlijk geen dag voorbij gegaan sinds mijn opname waarin ik één van de twee niet heb geslikt. Ik kan hierdoor niet weten welke van de twee mij stabiel houdt en/of ze dat samen doen. Dat laatste is dus waar ik altijd en vooralsnog vanuit ging, alleen daar heb ik nu dus twijfel over.

Aangezien ik bekend ben met keuzestress, vind ik dat niet fijn. Wanneer je daarbij optelt dat dit gaat over mijn manier van leven, mijn gezondheid en hoe dit gaat zijn in de toekomst dan komen de problemen die worden veroorzaakt door het slikken van Lithiumcarbonaat toch wel wat meer op de voorgrond te staan. Voorheen heb ik dat altijd als ondergeschikt beschouwd, omdat je bij een kwestie van leven of dood je bijwerkingen als minder belangrijk gaat beschouwen.

Alleen mijn leven zou zoveel beter zijn zonder die bijwerkingen.

Bij mij slaat het vooral op mijn huid. Ik heb acné, ik heb een droge huid, ik heb roos, ik heb iets achter mijn oren dat er niet thuis hoort. Daarnaast heb ik veel dorst, vaak een droge mond en heb ik last van gloeien. Het ergste is wellicht het beven. (Ook wel bekend als tremor.)

Ik heb reinigingsschuim voor mijn huid. Ik gebruik ook een fruitzuurlotion. Ik heb ooremulsie voor achter mijn oren. Ik word al jaren behandeld door huidtherapeuten. Ik heb een speciale shampoo. Ik drink heel veel kraanwater. Wanneer ik gloei eet ik gezouten pinda’s om ervoor te zorgen dat mijn Lithiumspiegel daalt. Alleen tegen het beven heb ik niets.

Het is vooral de combinatie van dit alles waar ik nu tegenaan loop. Het is niet één dingetje. Ik had dit alles geaccepteerd, omdat ik dacht dat dit er eenmaal bij hoorde. Dat dit gewoon mijn leven was. Dat ik geen keuze had.

(…)

Die zekerheid ben ik kwijt. Natuurlijk kan ik gewoon doorgaan. Doen alsof ik deze kennis niet tot me genomen heb. Alleen ik wil het gewoon weten. Ik wil weten óf er een methode bestaat. Een methode waarmee ik achterhaal of de Lithiumcarbonaat iets voor mij doet of mij enkel narigheid bezorgd.

Alleen kom ik bij het onderzoek enkel in aanmerking als controle persoon. Ze kunnen mij zelf niet helpen. Daar ben ik mij van bewust. Alleen ik slik nu 20 jaar Lithiumcarbonaat en ik wil het niet nog 10 jaar slikken om er dan pas achter te komen dat ik zonder had gekund. Dat kan ik mezelf niet aan doen. Dat zou ik mezelf nooit vergeven.

… ik leef wel net boven het bestaans-minimum

In dit stuk:

Het eerste verhaal over dit onderwerp

leg ik uit wat ik gedaan heb.

In het vervolgstuk:

Het tweede verhaal over dit onderwerp

leg ik uit waarom ik mezelf niet arm vind. Daarnaast vertel ik waarom ik de stresstest verlengd heb en wat voor effecten dit heeft gehad op mijn financiën.

In dit stuk lees je waarom ik nooit echt heb beseft dat ik vlak boven het bestaansminimum leef.

Dat is ergens best vreemd, aangezien ik arbeidsongeschikt ben en van een Wajong-uitkering leef. Toch heb ik nooit de indruk gehad dat ik arm was. Alleen als je puur naar mijn inkomen kijkt, 75% van het minimumloon, dan ben ik dat wel.

Er zijn overigens meerdere redenen waarom ik mij nooit arm heb gevoeld. Of, beter gezegd, waarom ik nooit een tekort aan geld heb gehad.

Ten eerste heb ik veel vaste lasten niet. Ik betaal geen gas, elektriciteit, water of huur. Daarentegen betaal ik wel een eigen bijdrage aan het CAK. Nu weet ik niet of dit ooit gelijkwaardig was qua kosten, maar ik verwacht dat dit met de prijsstijgingen / inflatie van de laatste maanden niet meer het geval is, ondanks de prijsplafonds.

Ten tweede ben ik vrij zuinig. Ik vind het daadwerkelijk moeilijk om geld uit te geven aan zaken die ik minder waardevol acht. Daarnaast ben ik over het algemeen niet impulsief en doe ik dus ook bijbehorende aankopen niet. Tenzij ik hypomaan ben, dan verandert dat.

Ten derde heb ik, nadat ik strandde in het VWO, geen dure studie meer gedaan. Al dat geld dat daarvoor gespaard was, is indirect nog steeds tot mijn beschikking.

Ten vierde heb ik een eenpersoonshuishouden. Dat klinkt minder belangrijk en dat is het natuurlijk ook. Totdat je denkt aan reden #2. Aangezien ikzelf bepaal wat ik in huis haal, heb ik hier in grote mate controle over. Het aantal abonnementen dat ik heb, ligt dan ook vrij laag. Voorheen doneerde ik méér dan dat ik geld uitgaf aan sommige abonnementen.

Natuurlijk is er een groot verschil tussen je arm voelen en arm zijn. Ik vind nog steeds van mezelf dat ik niet arm ben. Ik kan zo’n beetje alles kopen dat ik wil. Ja, sommigen zouden zeggen dat ik niet veel wil. Dan zouden ze gelijk hebben.

Althans, dat is natuurlijk hoe je ernaar kijkt. Er zijn genoeg zaken die ik wil. Genoeg dingen die ik wil doen. Naast geldfilosoof kan ik mezelf ook wel tijdfilosoof noemen. Er is een ding met tijd en dat is dat je het niet kunt kopen. Je kunt hoogstens iemand voor je laten werken.

Het moeilijkste dat ik vond om te ontdekken over mezelf tijdens dit proces van de ‘persoonlijke financiële stresstest’ is dat ik geld graag gebruik om zaken (mede) mogelijk te maken en daarbij soms van mijn eigen normen en waarden ben afgestapt. Zo doneerde ik indirect spaargeld. Daarnaast deed ik mee aan crowdfunding projecten waarvan je je af kunt vragen waarom ik dat deed.

Ergens heeft dat te maken met mijn zelfbeeld. Alsof ik het idee heb dat ik al dat geld niet waard ben. Het zou kunnen komen door het feit dat ik er niet voor gewerkt heb. Alleen… ik gun iedereen een basisinkomen, waarom mijzelf dan niet?

Door te doneren gaf ik mezelf het gevoel dat mijn bestaan uitmaakte. Dat er iets zinnigs werd gedaan met mijn geld. Dat mis ik nu. Hierdoor is de nadruk op het doen van zinnige uitgaven nog groter geworden. Tenslotte maak je in kapitalisme vooral impact door wat je juist níet koopt. Laat ik daar nu juist een ster in zijn.

Tegelijkertijd wordt daardoor mijn leven vooral getekend door de zaken die ik allemaal niet doe. Hierdoor heb ik een lage ecologische voetafdruk. Betekent dit dat men mij op die manier zal herinneren? Als een persoon met een lage ecologische voetafdruk?

Dat durf ik te betwijfelen.

Ondanks dat ik arbeidsongeschikt ben en een laag inkomen heb, heb ik in het verleden nooit gekeken naar inkomens van anderen. Daarom heb ik ook nooit opgezocht hoeveel inkomen ik daadwerkelijk had – in vergelijking met anderen. Het is niet in me opgekomen om daarnaar te gaan kijken. Hierdoor wist ik niet beter en dacht ik zelfs dat Wajong 100% minimumloon was, omdat ik er van rond kon komen.

Het voelt nog steeds raar om dat een prestatie van mezelf te zien, gezien de redenen die ik eerder noemde. Mijn zuinigheid verklaart het tenslotte maar deels. Het betekent wél dat dit een vaardigheid is die ik mijzelf eigen heb gemaakt. Daar zou ik op zich trots op mogen wezen. Dat ben ik niet.

Want ik weet natuurlijk niet of ik net zo weinig geld uit zou geven of net zo bewust indien ik méér geld zou hebben. Weinig geld uitgeven als er weinig geld binnenkomt is natuurlijk stukken makkelijker dan geld niet uitgeven dat je wel hebt. Vanaf deze maand, januari 2023, stijgt het minimumloon en dus ook mijn uitkering.

De kwestie die zich nu voordoet is wat ik ga doen met dat beetje extra geld dat nu tot mij beschikking komt. Ga ik mijn extra inkomen zinnig besteden? Zal ik nog steeds spaarzaam zijn?

Zo heb ik al besloten dat ik in plaats van wekelijks per maand ga sparen en dat ik dit bedrag later deze maand met 10% ga verhogen, omdat het minimumloon ook met 10% omhoog gaat. Dat is alleen pas de 23e. Mijn zorgtoeslag is al wel omhoog gegaan – ik kan er bijna mijn hele zorgpremie mee betalen.

Er zal dus nog minstens een 4e stuk komen waarin ik zal vertellen hoe mijn financiën er dan voorstaan.

Wat is een herstelfeest?

Een herstelfeest is een feest waarbij je viert dat je ‘hersteld’ bent.

In dit geval gaat het er om dat ik op woensdag 6 juli 2022 10 jaar opnamevrij ben. De laatste keer dat ik ontslagen ben uit een psychiatrisch ziekenhuis was dan ook op vrijdag 6 juli 2012.

Het is niet zo dat ik gedurende die 10 jaar helemaal stabiel ben gebleven. Verre van zelfs. Het is alleen wel zo dat ik sinds die tijd dus helemáál niet meer opgenomen ben geweest en dat is een prestatie op zich.

Dat heb ik zeker niet alleen gedaan. Tegelijkertijd was het zonder mijn inspanningen zeker niet gelukt. Qua medicatie is er in die tijd ook iets veranderd. Tijdens mijn laatste opname ben ik namelijk begonnen met innemen van Olanzapine.

De combinatie van Lithiumcarbonaat en Olanzapine houdt mij relatief stabiel. De dosering van de Lithium is al jaren hetzelfde en ook de bijbehorende bloeduitslagen zijn al jaren vrij stabiel. Het enige wat nog wel eens aangepast wordt is de dosering van de Olanzapine.

Op het moment dat ik ‘decompenseer’, zoals in 2020, waardoor ik toen mijn verjaardag niet kon vieren, dient de dosering te worden verviervoudigd. In dat jaar hebben we het in eerste instantie slechts verdubbeld, waardoor het juist minder goed ging. Daar hebben we van geleerd en die fout gaan we niet nog een keer maken.

Tijdens mijn herstelfeest, dat op zaterdag 16 juli 2022 plaats gaat vinden, wil ik dan ook stilstaan bij wat ik bereikt heb. Het is niet zonder opofferingen geweest. Er zijn veel zaken die ik moet laten om mijn psychische gezondheid in stand te houden. Zo vermijd ik stress zo graag mogelijk.

Het nare is dat ik ook niet goed kan functioneren zonder druk. Meestal externaliseer ik daarom zaken die ik belangrijk vind naar anderen zodat zij mij er op kunnen wijzen dat ik nog het een en ander wilde bereiken. Gelukkig lukt het mij ook vrij aardig om mijn eigen apparatuur hiervoor te gebruiken. Het is dan ook prettig dat de herinneringen app op mijn telefoon synchroniseert met die van mijn computer.

Mijn herstelfeest heeft overigens ook een andere insteek. Indien ik een feest wil geven omtrent mijn verjaardag in januari, dan dien ik rekening te houden met de volgende factoren: Corona, de bijbehorende maatregelen en de buitentemperatuur. Deze factoren zorgen ervoor dat ik niet langer fatsoenlijk mijn verjaardag meer kan vieren.

Daarom is mijn herstelfeest ook een test. Natuurlijk ben ik mij er van bewust dat de buitentemperatuur in juli ook zo zijn problemen kan geven. Bovendien is het ook een periode waarin veel mensen op vakantie zullen zijn.

Inderdaad, als de test slaagt, dan kan dit herstelfeest een jaarlijks terugkerend iets worden. Dat is een grote ‘als’ overigens. Hiervoor dient er wel aan een aantal voorwaarden voldaan te worden. Die ga ik hier overigens niet benoemen, aangezien dat de uitkomst van de test kan beïnvloeden.

Het feest begint rond 15:00 en zal tot zo’n 21:00 uur duren. Er kan niemand blijven slapen. Het is wel inclusief eten en drinken. Het zal gevierd worden op de binnenplaats van het appartementencomplex waar ik woon.

Er wordt standaard geen alcohol geserveerd, het eten zal van de vegetarische variant zijn. Muziek zal er niet worden gedraaid. Het kan wel zijn dat er, uiteindelijk, spellen gespeeld zullen gaan worden als de context en de situatie zich daarvoor lenen.

Een andere opoffering die ik doe betreft mijn huid. De Lithiumcarbonaat heeft meerdere effecten op mijn huid. Naast de acne, waar ik huidtherapie voor krijg, dien ik 2 shampoos te gebruiken om mijn hoofdhuid te behandelen. Daarnaast heb ik soms ook last van gloeien, wat ik meestal verhelp door zout te consumeren.

Elke dag medicatie slikken vind ik overigens niet zo belemmerend, maar is desalniettemin een opoffering. Het is gewoon opgenomen in een van mijn vele rituelen. Ik ben dan ook al medicijntrouw sinds 2010 – en toen ben ik gestopt terwijl ik al hypomaan of manisch wás. Het was niet de oorzaak van mijn episode, alhoewel het er wel erger door werd.

Om te illustreren wat het woord herstel betekent volgens de herstelbeweging deel ik het volgende citaat:

Herstel is een uniek en ten diepste persoonlijk proces waarin iemand zijn houding, waarden, gevoelens, doelen, vaardigheden en rollen verandert. Herstel is een manier om een bevredigend, hoopvol leven te leiden, met een zinvolle bijdrage aan de gemeenschap, ondanks de beperkingen van de aandoening. Herstel heeft te maken met het ontstaan van een nieuwe betekenis en zin in het leven, terwijl men over de rampzalige gevolgen van een psychiatrische aandoening heen groeit.

Een paar jaar geleden moest ik voor een cursus een herstelverhaal schrijven. Dat verhaal, dat hier te lezen is, eindigde ik met deze woorden:

Lang was ik bang voor mezelf en wat ik mij, mezelf en mijn omgeving aan kon doen.
Tegenwoordig ben ik nieuwsgierig naar wat ik de wereld allemaal nog te bieden zal hebben.

Inmiddels kan ik stellen dat ik steeds beter aan het ontdekken ben waarin ik waardevol ben. Ik ben tevreden met mijn leven. Ik ben gelukkig. Ik draag bij.

Wanneer je iets wil in het leven, maar het niet kunt, kun je twee dingen doen. Je kunt zorgen dat je meer kunt of je zorgt ervoor dat je minder wilt. Ik heb in mijn leven er vaak voor gekozen om minder te willen.

Ondanks dat vind ik het best frustrerend dat ik minder gedaan krijg dan anderen. Helaas moet ik echter rekening houden met mijn tempo. Dit probeer ik te compenseren met mijn zorgvuldigheid. Wat precies hetgeen is wat ik kwijtraak als ik ontremd raak.

Dus stabiel blijven is iets wat altijd in mijn achterhoofd mee zal spelen. Het is dan ook fijn dat er veel mensen in mijn leven zijn die mij scherp kunnen houden en in de smiezen hebben hoe het met mij gaat.

Want hersteld zijn is geen doel op zich, het is ook een middel. Een middel waardoor je beter kunt functioneren. Een middel waar je altijd op moet letten en dat altijd je aandacht vereist. Het is een soort van ijkpunt, waardoor je kunt zeggen dat je iets bereikt hebt.

Dat gegeven wil ik graag vieren op mijn herstelfeest.

De zonnige kant – momentopname #1

Gaat het goed?

Het gaat goed.

Voorheen als mensen vroegen hoe het ging dan was ik schuchter met zeggen: “Goed”.

Het is namelijk vaak zo geweest dat dit maar tijdelijk was. Dan ging het wel daadwerkelijk goed met mij, op dat moment, maar daarna niet meer. Dan ging het vervolgens daarna ’te goed’.

In mijn geval betekent ’te goed’ dat ik ontremd word. Aangezien dat bij mij betekent dat ik vervolgens hypomaan word, is dat niet iets waar ik vrolijk van word. Dat dient dan weer bestreden worden met medicatieverhoging en mezelf thuis opsluiten en een manier vinden om mijn energie te kanaliseren.

Er is dus een reden waarom ik voorheen niet zo snel zei dat het goed was. Dat durf ik nu wel te zeggen, omdat anderen het eerder vaststelden. Dat wil zeggen, het gaat al langere tijd goed met mij. Dat is natuurlijk positief.

Tegelijkertijd is het natuurlijk handig om vast te leggen waarom het nu goed met mij gaat. Zodat ik later, als het weer wat minder met mij gaat, deze blogbijdrage terug kan lezen en goed kan duiden waarom het dan bijvoorbeeld weer wat minder met mij gaat.

Aangezien ik een hoge mate van zelfkennis bezit en door de decennia heen ook al aardig bekend ben geraakt met mijn bipolaire stoornis, is het voor mij ondergemiddeld lastig om vast te stellen waarom het goed met mij gaat.

Zo ervaar ik weinig stress. Dat is het belangrijkste. Omgaan met stress is lastig, zeker als het te maken heeft met onzekerheid.

Mijn emotie en ratio zijn niet in conflict met elkaar. Ze kibbelen af en toe wel wat met elkaar, maar over het algemeen zijn de interne dialogen die ik ervaar zelfs constructief te noemen. Ja, ik zou dan ook zeggen dat ik gelukkig ben.

In mijn persoonlijke leven heb ik weinig tot geen zorgen. Als ik me al zorgen maak, dan is dat via proxy. Dan maak ik me zorgen over naasten. Door de jaren heen heb ik een manier gevonden waarmee ik in dat soort situaties enige afstand kan nemen, zodat ik behulpzamer ben.

Ik maak onderdeel uit van een geheel. Dat doet natuurlijk iedereen. In dit geval bedoel ik vooral mijn werk voor Stichting Ons Geld en Simpol. Aangezien bewustwording iets is waar ik dagelijks aan werk en tevens ook mee worstel is het fijn dat ik een duidelijk afgebakende taak lever op dit gebied.

Fijne spullen. Als cyber-hippie heb ik gebruiksvoorwerpen. Als iemand die zich bewust bezig houdt met het behouden en/of verlagen van mijn ecologische voetafdruk vind ik het soms wel lastig dat ik een gamer en gadgetfreak ben. Gelukkig lukt het mij redelijk om spullen die ik koop daadwerkelijk ook te gebruiken.

Mijn materialisme stoort me soms wel eens. Inmiddels is het niet meer iets waar ik mee zit. Van sommige zaken kun je gewoon heel vrolijk worden als je ze eenmaal bezit. Van anderen word je nog vrolijker als je ze gebruikt. Ik heb gewoonlijk zorgvuldig gekozen voor de apparaten die ik heb.

Als geld filosoof moet ik tevens ook erkennen dat ik leuke dingen kan doen met het geld dat mij ‘gegeven’ is in het leven. Ondanks mijn lage inkomen ben ik goed in staat om leuke ervaringen op te doen, onder andere omdat ik goed ben in sparen.

Een andere reden dat het goed met mij gaat, is de dagelijkse gang van zaken. Over het algemeen gaat het opstaan goed, is mijn zelfverzorging tamelijk in orde en leer ik nog steeds nieuwe dingen, bijvoorbeeld bij het koken.

Het is dus een combinatie van ‘gebrek aan negatieve vrijheden’ en enkele ‘positieve vrijheden’ die mijn leven heel goed maken. Op de stress na, is er ook lastig een volgorde in te maken.

Zoals ik weleens in een ander stuk heb geschreven, voelt het alsof er een tijdperk gaat komen waarin de wereld mij veel biedt en dat ik de wereld nog veel te bieden kan gaan hebben.

Onwennig

Dit is een vervolg op:

In plaats van 12 weken gebruik ik nu 18 weken Olanzapine. Ja, het is gepaster om te spreken van maanden. Alleen ben ik daar nog niet aan toe. Dat voelt heel onwennig. Terwijl ik eigenlijk al gewend ben aan mijn nieuwe situatie.

Ik moet alleen erkennen dat mijn leven nooit meer hetzelfde zal zijn. Dat vind ik moeilijk. Ik ken mezelf minder goed zoals ik nu ben. Ik verbaas mezelf soms. Dat vind ik ook onwennig, want ik ga er prat op dat ik mezelf goed ken.

Is het beter zo? Ik weet het niet. Ik functioneer nu met behulp van pillen. Pillen waarvan het goed kan zijn dat ik ze de rest van mijn leven moet slikken. Ik weet het, er zijn ergere zaken en mijn leven is nog best wel aardig.

Alleen, ik mis nogal mijn vrijheid. Die is mij ook afgenomen, want naast dat mijn medicijnen niet meer in eigen beheer zijn, zijn mijn apparaten dat ook niet meer. Ik maak nu gebruik van apparaatvrije schermtijd. Dat werkt best goed, moet ik erkennen. Zeker als je de code door iemand anders laat invullen.

Dat betekent echter wel dat ik 12 uur per etmaal offline ben. Voor iemand die zo graag verbonden is als ik, is dat een redelijk tot forse ingreep. Het zou kunnen dat het beter is voor mijn gezondheid. Dat geloof ik best.

Het is alleen niet leuk. Ik wil ook weer eens langer opblijven. Ik wil in het weekend ook later op de avond nog kunnen gamen met vrienden. Of een serie-avond waarbij we wat meer kunnen kijken dan anderhalve aflevering.

Door de maatregelen slaap ik wellicht beter. Alleen wie gaat er mij vertellen dat ik anders heel slecht zou slapen? Dat weet je niet, want je kunt dat niet dubbelblind testen.

Je kunt natuurlijk de ene dag wel langer opblijven en meer schermen gebruiken en de andere dag dat niet doen. Alleen zijn dagen nooit precies hetzelfde, dus kunnen de verschillen ook aan andere zaken liggen. Bovendien is experimenteren met je gezondheid iets dat ik liever niet doe.

Dus houd ik mij (voorlopig) aan de beperkingen die mij opgelegd zijn. Het geeft me namelijk ook andere perspectieven. Het geeft me tijd tot bezinning en zorgt ervoor dat ik meer de tijd neem om bijvoorbeeld te lezen.

Zo ben ik er achter gekomen wat mijn jeugdboeken waren en waarom ze dat zijn. Tijdens het herlezen kwam ik er achter dat de strekking van de boeken mij bij zijn gebleven, maar de details totaal niet. Ik ga vanavond beginnen aan het laatste deel van de trilogie over de toekomst: ‘Het gulden vlies van Thule’

Inmiddels heb ik al best wat boeken gelezen. Stiekem verheug ik me er ook op wanneer ik ‘mag’ gaan lezen – alsof ik op andere momenten niet zou kunnen lezen. Nou, voor een deel voelt dat wel zo.

Dat is best gek. Mijn omgang met prikkels is dus zodanig dat ik overdag niet de rust heb om een boek te lezen. Dat zegt wel iets over het geduld dat ik op kan brengen gedurende de momenten dat ik online ben.

Wanneer ik een speciale computerbril heb die het blauwe licht uitfiltert, dan mag ik ook nadat mijn avondklok is ingegaan nog gebruik maken van beeldschermen. Dat is best aantrekkelijk.

Alleen zit ik dan wellicht weer met 2 brillen. Dat wil ik niet, dus ik ga vragen of ik mijn glazen in mijn huidige bril zó aan kan laten passen dat ik er blauw licht mee uit kan filteren. Dan kan ik ’s avonds nog een serie kijken.

Meer opties hebben is sowieso wel fijn. Zo zit ik er ook aan te denken om een e-reader te nemen, want mijn boekenkast staat al vol met boeken. Dan neem ik zo’n e-reader die geen blauw licht afgeeft natuurlijk.

Tenslotte kun je je richten op wat je allemaal niet meer kunt. Je kunt je ook richten op wat je allemaal nog wél kunt. Zo kan ik overdag nog gewoon mijn e-mails lezen, mijn nieuwsbrieven volgen, artikelen lezen, gamen, koken, op bezoek gaan bij mijn moeder, serie kijken met vrienden, fietsen, wandelen, dansen, muziek luisteren, overstappen op een nieuwe provider, genieten van een nieuwe telefoon, etc.

4 maanden, 1 week & dag is een hele tijd. Ik slik al 4 maanden, 1 week & 1 dag 20 mg Olanzapine. Vanavond doe ik het weer. Ik heb het nu zo vaak geslikt dat ik de tel kwijt was. Wellicht is dat een goed teken. Een teken van acceptatie.

Tenslotte, als ik er heel erg mee bezig zou zijn, dan zou ik precies weten hoe vaak ik die Olanzapine al heb geslikt. Terwijl ik het op moest zoeken. Misschien komt het goed. Een van mijn schoonzussen zei dan ook laatst terecht dat het gebruik van pillen voor het verbeteren van iemands lichamelijke conditie heel geaccepteerd wordt. Waarom zou dat dan niet zijn voor iemands mentale conditie?

Over een tijdje zal ik terug komen om dit verhaal te evalueren, net zoals ik verrast werd toen ik ‘Hoog stabiel’ terug las. Daarin stond dat ik die situatie nog wel langer wilde houden.

Ergens zou ik willen dat het zo bleef.

Johan Zijlstra – donderdag 23-04-2020

Klaarblijkelijk zijn mijn gebeden verhoord.

Hoog stabiel

Al 12 weken gebruik ik 20 mg Olanzapine. Het idee was dat dit tijdelijk zou zijn. Helaas is dat dus niet het geval gebleken.

Die Olanzapine is een antipsychoticum. Deze zorgt ervoor dat mijn ontremming niet verder ontregeld. Als ik last begin te krijgen van de dempende werking, dan kan ik afbouwen naar mijn standaard dosering van 5 mg.

Op zich is het fijn spul. Sinds ik Olanzapine gebruik, ben ik niet meer opgenomen geweest. We hebben ons wel vergist in de dosering toen we het laatst verhoogden. We hadden het meteen naar 20 moeten verhogen en niet eerst naar 10. Hierdoor ben ik hypomaan geworden en liep het bijna uit de hand.

Momenteel heb ik enorm veel controle over mijn leven. Dat komt omdat ik nog steeds ontremd ben én stabiel. Dat noem ik ‘Hoog stabiel’. Ik ervaar dat als zeer prettig.

Opstaan gaat prima. Ik kan de zaken doen die ik wil. Ik maak me minder zorgen. Ik ben flexibeler. Ik loop minder vast. Ik voel me goed, terwijl ik de zekerheid heb dat dit niet té wordt. Dat vind ik erg prettig.

Ergens zou ik willen dat het zo bleef. Dat is alleen niet realistisch. Op een gegeven moment dan zal de ontremming verzwakken en zal ik versuft worden door de dempende werking van de Olanzapine.

Alleen weet niemand wanneer dat zal gaan gebeuren. Aangezien ik al 12 weken in deze toestand ben, kan het nog best een tijdje duren voordat ik helemaal hersteld ben.

Bovendien kan ik niet al te veel op mijn hooivork nemen, want ik dien me er bewust van te zijn dat mijn beoordelingsvermogen enigszins vertroebeld is doordat ik dus nog steeds ontremd ben.

Toch vind ik het een geschenk, deze situatie.
Als je me ooit verteld had dat ik dit zou zeggen dan had ik je niet gelooft.

Wat zal ik in de tussentijd doen?
Ik ga me vermaken, ik ga me verdiepen, ik ga spelen, ik ga lezen, ik ga schrijven, ik ga leven.

Mocht je me tegen komen en me vragen hoe het gaat dan zal ik zeggen:

Gezien de omstandigheden gaat het goed.
Ik ben hoog stabiel.

Mijn verhaal

Mijn naam is Johan Zijlstra en in het dagelijkse leven worstel ik vooral met opstaan. Ik heb moeite met het maken van keuzes, in allerlei hoedanigheden. Hierdoor en doordat ik weinig automatiseer heb ik moeite gehad met zelfverzorging en heb ik nog steeds hulp bij van alles en nog wat.

Toen ik klein was vond ik het leuker om te kijken hoe anderen speelden dan om zelf te spelen. Mijn idealen waren er ook vroeg bij. Zo ben ik uit eigen beweging vegetariër geworden op mijn 8e. Een paar jaar geleden kwam ik er achter dat dit verklaarbaar is vanuit mijn ‘advocaat persoonlijkheid’.

Tijdens mijn schoolcarrière liep ik vanwege mijn ASS al tegen problemen aan. Een van de oplossingen was dat ik meer tijd kreeg, omdat ik zo langzaam schrijf. De bovenbouw van het VWO heb ik vreemd doorlopen. Eerst mocht ik over omdat ik van profiel wisselde en daarna omdat ik 2 jaar over mijn examenjaar zou doen.

Helaas geloofde ik amper in mezelf en werd ik depressief in mijn eerste examenjaar. Toen heb ik aan het eind van dat schooljaar het antidepressivum Seroxat voorgeschreven gekregen. Dit heeft mijn eerste manische episode veroorzaakt. Ik werd tegen mijn wil opgenomen.

Het heeft vervolgens jaren geduurd totdat ik een goede mix van medicatie kreeg waarmee mijn bipolaire stoornis behapbaar werd. Alleen Lithiumcarbonaat bleek niet afdoende, maar dat spul heeft wel intussen voor nogal wat huidproblemen gezorgd, iets waarvoor ik elke maand behandeld word. Ik ben overigens medicijntrouw.

Vaak werden mijn (hypo)manische episodes veroorzaakt door verliefdheden. Punten waarop mijn ratio en mijn emotie met elkaar in botsing kwamen zorgden ervoor dat ik uit balans raakte. Gelukkig helpt contragedrag. Dat je actief probeert te zijn tijdens een depressie en jezelf opsluit als je manisch bent. Vooral dat laatste ben ik erg goed in. Ik vermijd direct contact dan zo veel mogelijk, ik kom enkel buiten voor boodschappen en maak het mij gemakkelijk.

Mocht dat allemaal niet helpen dan heb ik een heel groot sociaal netwerk en krijg ik goede begeleiding, zowel van de RIBW als via mijn behandelaar van de GGZ. Een verviervoudiging van mijn Olanzapine is een goede stok tussen de deur. Dat mijn wahjong-uitkering zorgt voor een betrouwbaar inkomen en dat mijn zorg-indicatie ook al zo goed als vast staat, geeft mij veel rust.

Helaas zijn er ook zaken waar ik niet tevreden over ben. Door de manier waarop mijn leven verlopen is, zijn er veel zaken die ik gemist heb. Mijn puberteit heb ik min of meer overgeslagen. Ik heb nooit echt gestudeerd zoals mensen met mijn intelligentie meestal doen. Over het algemeen kan ik genieten van het leven en ben ik meestal gelukkig.

Toch is kijken naar de zaken die je wel kunt niet altijd even makkelijk. Het is leuk dat ik vrijwilligerswerk doe, maar dat doe ik ook grotendeels voor mezelf, omdat ik de structuur nodig heb. Echt voldoening haal ik er niet meer uit, dus ik ben aan het zoeken hoe ik nu mijn tijd het beste kan besteden.

Met mijn zelfbeeld en zelfvertrouwen leek het mij onverstandig om een opleiding te gaan doen en bovendien weet ik nog steeds niet welke studie ik dan zou willen volgen. Of dit nu zelfstigma is of een zichzelf vervullende voorspelling laat ik even in het midden.

Mja, ooit geloofde ik ook niet dat ik op mezelf zou kunnen wonen en dat doe ik momenteel ook. Wat dat betreft weet ik ook niet waar het schip strandt. Tegelijkertijd zal ik nooit de witte vlag heisen.

Lang was ik bang voor mezelf en wat ik mij, mezelf en mijn omgeving aan kon doen.
Tegenwoordig ben ik nieuwsgierig naar wat ik de wereld allemaal nog te bieden zal hebben.