Onwennig

Dit is een vervolg op:

In plaats van 12 weken gebruik ik nu 18 weken Olanzapine. Ja, het is gepaster om te spreken van maanden. Alleen ben ik daar nog niet aan toe. Dat voelt heel onwennig. Terwijl ik eigenlijk al gewend ben aan mijn nieuwe situatie.

Ik moet alleen erkennen dat mijn leven nooit meer hetzelfde zal zijn. Dat vind ik moeilijk. Ik ken mezelf minder goed zoals ik nu ben. Ik verbaas mezelf soms. Dat vind ik ook onwennig, want ik ga er prat op dat ik mezelf goed ken.

Is het beter zo? Ik weet het niet. Ik functioneer nu met behulp van pillen. Pillen waarvan het goed kan zijn dat ik ze de rest van mijn leven moet slikken. Ik weet het, er zijn ergere zaken en mijn leven is nog best wel aardig.

Alleen, ik mis nogal mijn vrijheid. Die is mij ook afgenomen, want naast dat mijn medicijnen niet meer in eigen beheer zijn, zijn mijn apparaten dat ook niet meer. Ik maak nu gebruik van apparaatvrije schermtijd. Dat werkt best goed, moet ik erkennen. Zeker als je de code door iemand anders laat invullen.

Dat betekent echter wel dat ik 12 uur per etmaal offline ben. Voor iemand die zo graag verbonden is als ik, is dat een redelijk tot forse ingreep. Het zou kunnen dat het beter is voor mijn gezondheid. Dat geloof ik best.

Het is alleen niet leuk. Ik wil ook weer eens langer opblijven. Ik wil in het weekend ook later op de avond nog kunnen gamen met vrienden. Of een serie-avond waarbij we wat meer kunnen kijken dan anderhalve aflevering.

Door de maatregelen slaap ik wellicht beter. Alleen wie gaat er mij vertellen dat ik anders heel slecht zou slapen? Dat weet je niet, want je kunt dat niet dubbelblind testen.

Je kunt natuurlijk de ene dag wel langer opblijven en meer schermen gebruiken en de andere dag dat niet doen. Alleen zijn dagen nooit precies hetzelfde, dus kunnen de verschillen ook aan andere zaken liggen. Bovendien is experimenteren met je gezondheid iets dat ik liever niet doe.

Dus houd ik mij (voorlopig) aan de beperkingen die mij opgelegd zijn. Het geeft me namelijk ook andere perspectieven. Het geeft me tijd tot bezinning en zorgt ervoor dat ik meer de tijd neem om bijvoorbeeld te lezen.

Zo ben ik er achter gekomen wat mijn jeugdboeken waren en waarom ze dat zijn. Tijdens het herlezen kwam ik er achter dat de strekking van de boeken mij bij zijn gebleven, maar de details totaal niet. Ik ga vanavond beginnen aan het laatste deel van de trilogie over de toekomst: ‘Het gulden vlies van Thule’

Inmiddels heb ik al best wat boeken gelezen. Stiekem verheug ik me er ook op wanneer ik ‘mag’ gaan lezen – alsof ik op andere momenten niet zou kunnen lezen. Nou, voor een deel voelt dat wel zo.

Dat is best gek. Mijn omgang met prikkels is dus zodanig dat ik overdag niet de rust heb om een boek te lezen. Dat zegt wel iets over het geduld dat ik op kan brengen gedurende de momenten dat ik online ben.

Wanneer ik een speciale computerbril heb die het blauwe licht uitfiltert, dan mag ik ook nadat mijn avondklok is ingegaan nog gebruik maken van beeldschermen. Dat is best aantrekkelijk.

Alleen zit ik dan wellicht weer met 2 brillen. Dat wil ik niet, dus ik ga vragen of ik mijn glazen in mijn huidige bril zó aan kan laten passen dat ik er blauw licht mee uit kan filteren. Dan kan ik ’s avonds nog een serie kijken.

Meer opties hebben is sowieso wel fijn. Zo zit ik er ook aan te denken om een e-reader te nemen, want mijn boekenkast staat al vol met boeken. Dan neem ik zo’n e-reader die geen blauw licht afgeeft natuurlijk.

Tenslotte kun je je richten op wat je allemaal niet meer kunt. Je kunt je ook richten op wat je allemaal nog wél kunt. Zo kan ik overdag nog gewoon mijn e-mails lezen, mijn nieuwsbrieven volgen, artikelen lezen, gamen, koken, op bezoek gaan bij mijn moeder, serie kijken met vrienden, fietsen, wandelen, dansen, muziek luisteren, overstappen op een nieuwe provider, genieten van een nieuwe telefoon, etc.

4 maanden, 1 week & dag is een hele tijd. Ik slik al 4 maanden, 1 week & 1 dag 20 mg Olanzapine. Vanavond doe ik het weer. Ik heb het nu zo vaak geslikt dat ik de tel kwijt was. Wellicht is dat een goed teken. Een teken van acceptatie.

Tenslotte, als ik er heel erg mee bezig zou zijn, dan zou ik precies weten hoe vaak ik die Olanzapine al heb geslikt. Terwijl ik het op moest zoeken. Misschien komt het goed. Een van mijn schoonzussen zei dan ook laatst terecht dat het gebruik van pillen voor het verbeteren van iemands lichamelijke conditie heel geaccepteerd wordt. Waarom zou dat dan niet zijn voor iemands mentale conditie?

Over een tijdje zal ik terug komen om dit verhaal te evalueren, net zoals ik verrast werd toen ik ‘Hoog stabiel’ terug las. Daarin stond dat ik die situatie nog wel langer wilde houden.

Ergens zou ik willen dat het zo bleef.

Johan Zijlstra – donderdag 23-04-2020

Klaarblijkelijk zijn mijn gebeden verhoord.

Hoog stabiel

Al 12 weken gebruik ik 20 mg Olanzapine. Het idee was dat dit tijdelijk zou zijn. Helaas is dat dus niet het geval gebleken.

Die Olanzapine is een antipsychoticum. Deze zorgt ervoor dat mijn ontremming niet verder ontregeld. Als ik last begin te krijgen van de dempende werking, dan kan ik afbouwen naar mijn standaard dosering van 5 mg.

Op zich is het fijn spul. Sinds ik Olanzapine gebruik, ben ik niet meer opgenomen geweest. We hebben ons wel vergist in de dosering toen we het laatst verhoogden. We hadden het meteen naar 20 moeten verhogen en niet eerst naar 10. Hierdoor ben ik hypomaan geworden en liep het bijna uit de hand.

Momenteel heb ik enorm veel controle over mijn leven. Dat komt omdat ik nog steeds ontremd ben én stabiel. Dat noem ik ‘Hoog stabiel’. Ik ervaar dat als zeer prettig.

Opstaan gaat prima. Ik kan de zaken doen die ik wil. Ik maak me minder zorgen. Ik ben flexibeler. Ik loop minder vast. Ik voel me goed, terwijl ik de zekerheid heb dat dit niet té wordt. Dat vind ik erg prettig.

Ergens zou ik willen dat het zo bleef. Dat is alleen niet realistisch. Op een gegeven moment dan zal de ontremming verzwakken en zal ik versuft worden door de dempende werking van de Olanzapine.

Alleen weet niemand wanneer dat zal gaan gebeuren. Aangezien ik al 12 weken in deze toestand ben, kan het nog best een tijdje duren voordat ik helemaal hersteld ben.

Bovendien kan ik niet al te veel op mijn hooivork nemen, want ik dien me er bewust van te zijn dat mijn beoordelingsvermogen enigszins vertroebeld is doordat ik dus nog steeds ontremd ben.

Toch vind ik het een geschenk, deze situatie.
Als je me ooit verteld had dat ik dit zou zeggen dan had ik je niet gelooft.

Wat zal ik in de tussentijd doen?
Ik ga me vermaken, ik ga me verdiepen, ik ga spelen, ik ga lezen, ik ga schrijven, ik ga leven.

Mocht je me tegen komen en me vragen hoe het gaat dan zal ik zeggen:

Gezien de omstandigheden gaat het goed.
Ik ben hoog stabiel.

Mijn verhaal

Mijn naam is Johan Zijlstra en in het dagelijkse leven worstel ik vooral met opstaan. Ik heb moeite met het maken van keuzes, in allerlei hoedanigheden. Hierdoor en doordat ik weinig automatiseer heb ik moeite gehad met zelfverzorging en heb ik nog steeds hulp bij van alles en nog wat.

Toen ik klein was vond ik het leuker om te kijken hoe anderen speelden dan om zelf te spelen. Mijn idealen waren er ook vroeg bij. Zo ben ik uit eigen beweging vegetariër geworden op mijn 8e. Een paar jaar geleden kwam ik er achter dat dit verklaarbaar is vanuit mijn ‘advocaat persoonlijkheid’.

Tijdens mijn schoolcarrière liep ik vanwege mijn ASS al tegen problemen aan. Een van de oplossingen was dat ik meer tijd kreeg, omdat ik zo langzaam schrijf. De bovenbouw van het VWO heb ik vreemd doorlopen. Eerst mocht ik over omdat ik van profiel wisselde en daarna omdat ik 2 jaar over mijn examenjaar zou doen.

Helaas geloofde ik amper in mezelf en werd ik depressief in mijn eerste examenjaar. Toen heb ik aan het eind van dat schooljaar het antidepressivum Seroxat voorgeschreven gekregen. Dit heeft mijn eerste manische episode veroorzaakt. Ik werd tegen mijn wil opgenomen.

Het heeft vervolgens jaren geduurd totdat ik een goede mix van medicatie kreeg waarmee mijn bipolaire stoornis behapbaar werd. Alleen Lithiumcarbonaat bleek niet afdoende, maar dat spul heeft wel intussen voor nogal wat huidproblemen gezorgd, iets waarvoor ik elke maand behandeld word. Ik ben overigens medicijntrouw.

Vaak werden mijn (hypo)manische episodes veroorzaakt door verliefdheden. Punten waarop mijn ratio en mijn emotie met elkaar in botsing kwamen zorgden ervoor dat ik uit balans raakte. Gelukkig helpt contragedrag. Dat je actief probeert te zijn tijdens een depressie en jezelf opsluit als je manisch bent. Vooral dat laatste ben ik erg goed in. Ik vermijd direct contact dan zo veel mogelijk, ik kom enkel buiten voor boodschappen en maak het mij gemakkelijk.

Mocht dat allemaal niet helpen dan heb ik een heel groot sociaal netwerk en krijg ik goede begeleiding, zowel van de RIBW als via mijn behandelaar van de GGZ. Een verviervoudiging van mijn Olanzapine is een goede stok tussen de deur. Dat mijn wahjong-uitkering zorgt voor een betrouwbaar inkomen en dat mijn zorg-indicatie ook al zo goed als vast staat, geeft mij veel rust.

Helaas zijn er ook zaken waar ik niet tevreden over ben. Door de manier waarop mijn leven verlopen is, zijn er veel zaken die ik gemist heb. Mijn puberteit heb ik min of meer overgeslagen. Ik heb nooit echt gestudeerd zoals mensen met mijn intelligentie meestal doen. Over het algemeen kan ik genieten van het leven en ben ik meestal gelukkig.

Toch is kijken naar de zaken die je wel kunt niet altijd even makkelijk. Het is leuk dat ik vrijwilligerswerk doe, maar dat doe ik ook grotendeels voor mezelf, omdat ik de structuur nodig heb. Echt voldoening haal ik er niet meer uit, dus ik ben aan het zoeken hoe ik nu mijn tijd het beste kan besteden.

Met mijn zelfbeeld en zelfvertrouwen leek het mij onverstandig om een opleiding te gaan doen en bovendien weet ik nog steeds niet welke studie ik dan zou willen volgen. Of dit nu zelfstigma is of een zichzelf vervullende voorspelling laat ik even in het midden.

Mja, ooit geloofde ik ook niet dat ik op mezelf zou kunnen wonen en dat doe ik momenteel ook. Wat dat betreft weet ik ook niet waar het schip strandt. Tegelijkertijd zal ik nooit de witte vlag heisen.

Lang was ik bang voor mezelf en wat ik mij, mezelf en mijn omgeving aan kon doen.
Tegenwoordig ben ik nieuwsgierig naar wat ik de wereld allemaal nog te bieden zal hebben.

Herstellen doe je zelf – bloemlezing

Tijdens de cursus ‘Herstellen doe je zelf’ die ik volgde was het de bedoeling dat ik een collage zou maken. Dat heb ik niet gedaan indertijd. Ze vroegen mij of ik op een andere manier iets kon delen over mijn herstel en ik wees ze op deze website.

Op dit blog staat het een en ander over herstel. Vooralsnog heb ik nooit de moeite genomen om te bekijken wat voor bruikbaars er tussen staat, maar ik ga kijken of ik leuke citaten kan vinden in mijn eigen werk.

Aangezien ik gebruik maak van Creative Commons dien ik wel te verwijzen naar mijn eigen werk, maar wees gerust, het meeste zal wel gewoon op dit blog staan. Uiteindelijk ook met linkjes. Daar gaan we:

Het zijn die kleine momenten waarop je voelt dat je leeft, die het leven heel erg mooi maken. De momenten waarop je gelukkig bent, tevreden. De momenten waarop iets lukt, dat je iets bereikt hebt.

uit: Het gevoel dat je leeft [Quli]

Leren van je eigen fouten is één ding, maar leren van de fouten van anderen is iets totaal anders. Voordat je zoiets überhaupt kunt doen, dien je je af te vragen waarom mensen de dingen doen die ze doen. Dat alleen al kan een dagtaak zijn en observeren is een methode om daar te komen.

uit: Interne Dialoog [Quli]

Reflecteren op een verhaal vind ik namelijk heel belangrijk. Wanneer je dit namelijk niet doet, boet het verhaal in kracht in. Misschien gaat de boodschap van het verhaal helemaal verloren of benadert het enkel je onderbewuste.

uit: De kracht van verhalen

Iemand die me accepteert zoals ik ben en graag wil weten wat dat inhoudt.

uit: “Ga je mee dansen?”

Laat ik daar mezelf nu maar aan houden. Dat mensen mij over het algemeen goed gezelschap vinden en dat ik niet veel moeite hoef te doen om hun vriendschap of liefde te krijgen, want zoals gezegd: meedoen is belangrijker dan winnen.

uit: Een illusie armer en een goede vriendschap rijker

Zoals in het filmpje wil ik hiermee vooral benadrukken dat het gaat om opkomen voor jezelf. Geef aan dat je de strijd durft aan te gaan. Beken kleur. Laat de wereld weten wat jij ervan vindt. Wanneer je dat gedaan hebt, kun je je gaan concentreren op de manier waarop je verandering wilt bewerkstelligen. Oplossingen zijn namelijk het probleem niet, het is maar welke kant je wilt dat we gaan.

uit: Eerst moet je boos worden

Ik weet niet wat ik ben. Ik weet wel waar ik voor sta, maar verder dan filosoof kom ik amper als iemand mij vraagt wat mij mij maakt. Ik ben een Pokémaniac, een geld filosoof, een receptionist, een ICT-er, een vriend, een broer, een zoon. Een twijfelaar, een hippie, een denker, een speler. Ik ben aardig, ik kan goed luisteren, ik ben lief, ik wil vrede. Ik hou van muziek en van dansen, ik kan goed uitleggen, ik heb geduld, ik ben traag.

uit: De gevolgen van Gelukzaligheid [Quli]

Niemand weet hoe het is om iemand anders te zijn, hoe graag ze dat ook zouden willen of hoeveel levenservaring ze ook hebben. Het is gewoon niet mogelijk – je kunt niet in iemands hoofd kijken. Helaas weerhoudt dat men er niet van om het te proberen.

&

Hierdoor leef ik, gelukkig zelden, in intense onzekerheid. Aangezien ik meer verlang van mezelf dan dat ik kan leveren. Ik ben niet lief voor mezelf. Dus in die zin zorg ik niet goed genoeg voor mezelf.

uit: Wat ben ik waard?

Deze citaten zijn natuurlijk vooral gekozen in het kader van herstel. Een paar andere citaten hebben het daarom niet gehaald. Ik vind het mooie citaten, dus over een tijdje (jaren?) ga ik dit nog eens doen.

Wat ben ik waard?

Altijd als ik mezelf verlies en verdrink in zelfmedelijden vraag ik mij af wat ik waard ben. Tot op zekere hoogte doe ik dat om mezelf te kwellen. De voornaamste reden is echter dat ik het antwoord niet weet.

Dat is pijnlijker dan het kwellen in zulke mate dat ik daar echt aan onderdoor kan gaan. Qua losse omschrijvingen kom ik er overigens best ver hoor, wat ik waard ben. Alleen neem ik daar geen genoegen mee. Het kan zijn dat ik streng ben voor mezelf en dat ik mijn idealen omlaag zou moeten schroeven.

Het is alleen wel zo dat die idealen mij maken tot wat ik ben. Veel meer dan dat ik bijvoorbeeld gemberkleurig haar heb. In wezen ben ik nog steeds op zoek naar mezelf. De eerder genoemde idealen schetsen namelijk slechts een kader, ik ben zelf verantwoordelijk voor het invullen daarvan.

Niemand weet hoe het is om iemand anders te zijn, hoe graag ze dat ook zouden willen of hoeveel levenservaring ze ook hebben. Het is gewoon niet mogelijk – je kunt niet in iemands hoofd kijken. Helaas weerhoudt dat men er niet van om het te proberen.

Gelukkig zijn er ook genoeg mensen die genoegen nemen met een benadering zonder dat ze daadwerkelijk weten hoe iemand is en zonder aannames te doen hoe die persoon in een bepaalde situatie zou reageren.

Alleen… wat nu als je jezelf niet snapt? Als je keuzes maakt waarvan je later niet weet waarom je precies die stap hebt genomen? Terwijl je over het algemeen niet impulsief bent en alles kunt onderbouwen?

Natuurlijk snappen wel meer mensen zichzelf niet. Bovendien vertonen wel meer mensen tegengesteld gedrag op zo’n manier dat het lijkt dat ze last hebben van een interne paradox. Ons onvoorspelbare karakter is wellicht juist datgene dat ons menselijk maakt, maar dat is een ander onderwerp.

Zou ik mezelf beter kunnen waarderen als ik mezelf beter zou snappen? In grote lijnen snap ik wel de dingen die ik doe op kleine schaal, maar als ik naar het grotere geheel moet kijken dan vind ik mezelf vrij terughoudend. Ik weet wel wat ik wil bereiken, maar ik stel me heel afhankelijk op. Alsof ik dus niet weet wat ik wil.

Kort gezegd komt het er op neer dat ik, nog altijd, bang ben om mezelf te zijn. Dat is vrij gek, want in zekere zin ben ik daar best goed in – in mezelf zijn. Dat lijkt alleen dus heel afhankelijk te zijn van de context. Dat is alleen ook niet bepaald iets nieuws. Dat geldt voor iedereen.

Mezelf presenteren is waar het vaak op stuk loopt. Ik ben dan bang voor de reactie van de ander, waardoor ik mezelf dus afwijs voordat ik überhaupt de ander een kans heb gegeven om mij te kunnen beoordelen. Daarmee veroordeel ik mezelf dus.

Hierdoor leef ik, gelukkig zelden, in intense onzekerheid. Aangezien ik meer verlang van mezelf dan dat ik kan leveren. Ik ben niet lief voor mezelf. Dus in die zin zorg ik niet goed genoeg voor mezelf.

Het zijn vaak kleine luxe problemen waardoor dit soort zaken naar de oppervlakte komen. Die dienen dan als katalysator. Ik vind namelijk dat luxe problemen geen echte problemen zijn. Dat ik mij aanstel. Terwijl luxe problemen ook problemen zijn. Weliswaar in een andere schaal, maar toch.

Het is dan ook niet zo alsof ik geen echte problemen ken en alsof ik me niet bezig houd met wereldproblematiek. Het is alleen pas wanneer mijn eigen kleine systemen bedreigd worden dat ik slechter begin te functioneren. Soms lijkt het dan alsof ik enkel uit systemen besta. Dat een herstart van mezelf voldoende zou zijn om mij weer op ‘het juiste pad’ te krijgen!

Zo is het natuurlijk niet, maar mijn systemen herprogrammeren kost me wel ontzettend veel tijd, energie en moeite. Zelden geld gelukkig, dus dat scheelt weer, maar soms zou ik willen dat het me enkel geld kostte – zoveel moeite kost het me!

Ik ben ook bang om die moeite te doen. Ik zie er echt tegenop. Liever behoud ik de systemen die ik gebruik dan dat ik ze aanpas of tijdelijk uitschakel. Die systemen geven mij namelijk zekerheid, houvast. Als die systemen niet meer toereikend zijn, dan neem ik graag de tijd om die systemen aan te passen, zodat ik er weer op kan bouwen. Wanneer ik die tijd niet toebedeeld krijg, dan loop ik vast.

In welke mate bepalen die systemen wie ik ben of wat ik waard ben? Er is natuurlijk een bepaalde wisselwerking tussen mijzelf en mijn systemen. Dat is zeker zo, maar veel van die systemen zijn gebaseerd op de waardes die ik koester. Alleen dien ik wel zo flexibel te zijn dat ik situaties voorrang geef op de systemen die ik gebruik.

Ironisch genoeg komt het ook voor dat ik me té flexibel opstel waardoor ik me niet houd aan de systemen die ik voor mezelf heb opgesteld. Alleen heeft dit vaak enkel effect op wat ik doe in mijn eentje in mijn vrije tijd op mijn appartement, waardoor het effect soms pas later tot uiting komt door middel van onbeantwoorde e-mails. Ik wil dan vaak alsnog doen wat eerst niet lukte.

Ik vind het dan ook moeilijk om zaken die niet gelukt zijn te laten voor wat ze zijn. Ik wil ze dan alsnog doen, terwijl ik weet dat ik moet snijden. Ik ben altijd bang dat ik iemand tekort doe door iets dat ik niet gedaan heb. Ja, dat kan ik ook zelf zijn, dus ergens bestaat er wel een mate van eigen waarde, maar dat is vaak indirect.

Het zou zelfs zo kunnen zijn dat wat ik voor mezelf doe dat ik dat minder waardeer dan wat een ander voor mij doet. Ergens klinkt dat heel natuurlijk, maar niet als ik de activiteiten die ik voor mezelf doe maar voor lief neem.

Sommigen zeggen dat je uiteindelijk alleen bent op de wereld. Dat je alleen komt & alleen gaat. Hoewel dat natuurlijk in zekere zin klopt, ben ik het met de strekking daarvan geheel oneens. Je bent hier voor anderen. De wijze waarop ik mij hier toe verhoud is niet altijd duidelijk, want ik lijk er niet altijd naar te handelen.

Ik wil namelijk meer zijn dan een goed persoon. Ik wil de wereld beter achterlaten dan dat ik hem gevonden heb. Het gaat mij er niet om een voetnoot te worden in geschiedenisboeken of om ‘aan de goede kant van de geschiedenis’ te staan. Ik wil ook niet iedereen overtuigen van mijn beweegredenen, maar het zou fijn zijn als ik iemand vond die snapte waarom ik dit allemaal zo belangrijk vond en mij waardeerde.

Het lijkt er namelijk op dat ik mijzelf die waardering niet kan geven, hoe nobel mijn doelen ook mogen zijn, op zichzelf zijn ze niet genoeg. Alsof er zonder die externe aandacht geen groei meer zit in mij. Natuurlijk realiseer ik me dat dit dermate wanhopig overkomt dat het lijkt alsof ik op elke oprechte aandacht reageer met affectie, maar dat is niet erg, want dat is namelijk zo.

Gelukkig is mijn mensenkennis wel van dusdanige aard dat ik weet wanneer iemand interesse in mij heeft. Helaas kan dat geregeld niet gezegd worden voor de mate waarin iemand interesse in mij heeft. Ook al is die positief, nog kan dat wel eens zó verkeerd gaan, dat ik er helemaal ontregeld door raak.

Een gevoel van eigenwaarde. Mezelf waarderen. Houden van Johan. Als ik mezelf meer zou willen ontwikkelen dan is dat het voornaamste wat ik moet doen. Alleen, hoe doe je dat?

De gevolgen van Gelukzaligheid [Quli]

De weg kwijt zijn, van het padje af, met je ziel onder je arm lopen, kortom:
Als je jezelf kwijt bent, dan twijfel je aan alles.

Gelukkig ben ik daar bekend mee. Dat wil overigens niet zeggen dat ik even helemaal aan de grond zat en dat ik iemand nodig had die me erdoorheen praatte. Iemand die op het juiste moment de juiste dingen weet te zeggen. Wat is er nu precies aan de hand dan?

Dat is een lang verhaal en wat nu volgt is op zichzelf al een samenvatting van hetgeen er voor gevallen is. Afgelopen zondag was een katalysator. Voor de ingewijden, dit had een soortgelijk effect als een verliefdheid. Vandaar ook de titel van dit stuk.

Meer dan de helft van mijn leven geleden begon ik Pokémon te spelen. Aangezien dat spel uitsluitend om het maken van keuzes gaat, is dat spel uitermate geschikt voor mij. Niet voor niets is mijn levensmotto ‘Keuzes maken de Mens’. Uiteraard was ik meteen verslaafd.

Het besluit om Pokémon te gaan spelen heeft veel impact gehad op mijn leven, niet in het laatst op mijn sociale leven. Vriendschappen werden verbroken en werden geschapen. De game vereniging waarvan ik al meer dan een decennium lid ben, heb ik gevonden door een evenement dat zij indertijd op wilden stellen voor Pokémon.

Kortom, het besluit om samen het spel te gaan spelen heeft mijn leven getekend. Al die jaren ben ik me er niet bewust van geweest dat er een gemeenschap van spelers bestond in Nederland die elkaar bevochten met Pokémon. Daar kwam ik afgelopen zondag dus achter. Ik heb me dan ook goed vermaakt die dag en mijn stemming was op de terugweg zo uitgelaten dat het me niet uitmaakte dat deze 6 uur duurde.

Waarom maakt me dit dan toch zo intens verdrietig? Waarom kan ik niet meer nagenieten van zo’n speciale dag? Waarom maak ik het mezelf zo lastig?

Dat komt doordat mijn zelfvertrouwen een boost heeft gekregen en op de een of andere manier laat mijn ego dit niet toe. Het kan en mag niet zo zijn dat ik me goed over mezelf voel en dat ik trots ben op wat ik bereikt heb, hoe klein dit ook mag zijn. Ik ‘moet weten’ dat zoiets vergankelijk is en dat ik dit alleen maar kon bereiken, omdat mijn vrienden een Pokémon team voor mij hebben gemaakt. Dat ik dit helemaal niet zelf bereikt heb en dat ik zo’n prestatie niet kan verlengen en dat ik niet het doorzettingsvermogen, de daadkracht of de passie heb om verder te gaan dan ik nu ben gegaan.

Dit is voor een groot gedeelte daadwerkelijk waar. Een van de spelers die ik ontmoet heb, heeft zo’n 400 uur in het laatste spel zitten, terwijl ik iets van 75 uur heb gespeeld. Om zo goed te kunnen worden als hij, dien ik simpelweg meer te spelen. De vraag die dan naar boven komt is: ben ik bereid om zoveel tijd in het spel te steken? Wil ik mijn leven aanpassen om de beste van Oisterwijk, van Nederland, van de wereld te worden?

Nee, dat wil ik niet. Mijn leven is me veel te comfortabel zoals het nu is. Het akelige alleen is dat ik dus door een droom die uitkwam, er een grotere droom uit elkaar is gespat. Dat is dus het pijnlijke. Die grove bewustwording dat ik toch niet bereid ben om mijn leven zó aan te passen om ervoor te gaan. Wat in essentie dus betekent dat ik laf ben. Of, aardiger geformuleerd, dat ik mezelf laf vind.

Ik vind namelijk dat je voor je dromen hoort te gaan en dit is mijn oudste droom. Het is veel groter en dieper dan mijn andere passies. Ik weet niet of het mijn roeping is. Ik wil alleen niet oud en gerimpeld zijn om er dan achter te komen dat het juist een week na mijn 32e verjaardag was dat ik ontdekte dat ik wel degelijk een deuk in een pakje boter kon slaan wat betreft de Pokémon metagame.

De Video Game Championships. De enige manier om er achter te komen of dat iets voor mij is, is om het te doen. Nu ik dat gedaan heb, weet ik dat ik het leuk vind en erg aangenaam vind. Tegelijkertijd realiseer ik me dat ik nu op een vork in de weg sta. Of ik blijf met mijn vrienden gezellig (casual) Pokémon spelen of ik ga er helemaal voor en ga regelmatig mee doen met toernooien zodat ik beter word en mezelf kan verbeteren.

De gevolgen van Gelukzaligheid zijn dan dus de consequenties die dit dilemma met zich mee brengt. Ik kan niet mijn gezapige leventje houden zoals het nu is en tegelijkertijd al mijn tijd, energie & geld steken in het bedenken, maken en gebruiken van mijn Pokémon team. Welke route ik ook neem, welke weg ik bewandel, wat ik ook doe – iets moet ‘geven’. Ik kan het niet allemaal hebben…

Hopelijk heb ik het mis en bestaat er een gulden middenweg waarbij ik zo nu en dan mee kan doen aan een toernooitje en toch mijn leven kan behouden zoals het nu is. Tegelijkertijd realiseer ik me dat dat alleen zou betekenen dat ik dan voor de zoveelste keer iets halfslachtig doe. Dit alles doet mij namelijk denken aan hoe ik naar mezelf kijk en wat ik van mezelf vind.

Ik weet niet wat ik ben. Ik weet wel waar ik voor sta, maar verder dan filosoof kom ik amper als iemand mij vraagt wat mij mij maakt. Ik ben een Pokémaniac, een geld filosoof, een receptionist, een ICT-er, een vriend, een broer, een zoon. Een twijfelaar, een hippie, een denker, een speler. Ik ben aardig, ik kan goed luisteren, ik ben lief, ik wil vrede. Ik hou van muziek en van dansen, ik kan goed uitleggen, ik heb geduld, ik ben traag.

Wat maakt het dat zoiets ogenschijnlijk onbenulligs als een Pokémon toernooi zo veel bij mij los maakt? Waarom kan ik niet gewoon spelen en gelukkig zijn? Ben ik geboren om moeilijk te doen? Is dit alles onderdeel van de strijd die mij zo bijzonder maakt? Ga ik vinden wat ik zoek als ik een van de twee paden bewandel? Wat is het precies dat ik zoek? Wil ik erkenning? Wil ik een schouderklopje?

Als een man die bekend is met extremen, ken ik de gevaren die existentiële dilemma’s met zich meebrengen. Ik kan er in verzanden. Ik kan er in blijven hangen. Wat dat betreft zal het voornamelijk de angst zijn die mij verlamd. Het feit dat er altijd wel iets gebeurd, of ik nu kies of niet. Laat dat laatste nu net mijn levensmotto zijn.

Dus voordat het nog verder uit de hand loopt dan dat het al uit de hand is gelopen, wil ik graag weten waar ik nu tussen wil (moet?) kiezen. Wat zijn de consequenties van mijn onvrede met de huidige gang van zaken? Welke zinnen moet ik verzetten om te komen tot een oplossing die mijn huidige gedrag klaarblijkelijk heeft veroorzaakt? Wat is mijn probleem?

Oorspronkelijk gepubliceerd in Quli op dinsdag 31-01-2017 21:38

Eerst moet je boos worden

Dit is een vervolg op:

“Denk je dat het mogelijk is om de wereld realistisch te zien en niet depressief te zijn?”

Aan het eind van dat stuk moest ik heel erg denken aan de film Network. Ik ben namelijk van mening dat het belangrijk is om boos te worden. Daar begint het mee.

Het is niet zozeer belangrijk dat je ergens tegen of voor bent, maar vooral opkomt voor jezelf. Boosheid is een krachtig iets. Het wordt te vaak als negatief beschouwd, terwijl het een van de weinige krachten is die verandering in gang kan zetten.

Verandering is nu net datgene wat we nodig hebben. Als we onszelf niet snel aanpassen, dan komt er verandering die wij niet willen. Verandering is namelijk de enige constante. Het is maar net hoe wij willen dat die verandering er uit komt te zien.

Vooralsnog is het zo dat we nog best veel invloed hebben op hoe die verandering er uit gaat zien, maar dan moeten we wel eisen dat er naar gehandeld wordt. De vraag of hierbij genoeg mensen bereid kunnen vinden om zich in te zetten voor deze positieve verandering is inderdaad maar de vraag.

Belangrijk daarbij is om een goed verhaal te hebben, want verhalen kunnen ons overleven. Ze vertellen later waar wij voor stonden, wat ons motiveerde en wat ons kracht gaf. In die context is het dan ook zeer belangrijk om mensen hoop te geven, want dat is hetgeen dat overblijft.

Alleen eerst… eerst moet je boos worden. Zonder boosheid geef je niet genoeg aan hoe belangrijk het voor je is. Natuurlijk kun je je boosheid niet zomaar oproepen. Het is een hele sterke emotie. Toch… bedenk eens wat er gebeurt als we niet gaan handelen en we blijven voortmodderen zoals we nu doen… zou je daar alleen al niet boos om willen worden?

Zoals in het filmpje wil ik hiermee vooral benadrukken dat het gaat om opkomen voor jezelf. Geef aan dat je de strijd durft aan te gaan. Beken kleur. Laat de wereld weten wat jij ervan vindt. Wanneer je dat gedaan hebt, kun je je gaan concentreren op de manier waarop je verandering wilt bewerkstelligen. Oplossingen zijn namelijk het probleem niet, het is maar welke kant je wilt dat we gaan.

Zolang er maar genoeg mensen zijn die op deze manier boos worden en dit delen met de wereld, is er nog tijd. Genoeg tijd om het tij te keren en onze verantwoordelijkheid te nemen.

Dus daarom zeg ik het nóg één keer:

Word boos

Land van Nooit [Quli]

Er was eens een tijd dat ik een echte Pokémaniac was en dat ik me niet eens interesseerde in het andere geslacht. Dit verhaal gaat over de vrouw die dat veranderde.

Op een dag in Mei 2008 kwam ik samen met wat vrienden bij een vriend aan. Die vriend had aangegeven dat er die avond ook nog een vriendin van hem zou zijn en of wij dat erg vonden. Dat was niet het geval. Uiteindelijk zijn mijn vrienden aan mijn tafel gaan zitten om Magic te spelen. Zij en ik speelden geen Magic, maar we deelden wel een andere hobby: Pokémon Die bewuste avond hebben wij, al Pokémon spelend, doorgebracht op de bank bij die vriend thuis.

Het was heel gezellig en we hebben ons vermaakt. We hebben gelachen en Pokémon (heen en weer) geruild. Iets met een Deoxys. Ik weet niet meer hoe de avond eindigde, maar we hebben geen telefoonnummers uitgewisseld en ik ben gewoon terug naar huis gefietst met mijn vrienden.

De volgende dag realiseerde ik mij dat ik haar wel erg leuk vond. Ik was verliefd. Ik vroeg aan onze gemeenschappelijke vriend of hij dat tegen haar kon zeggen en of hij mij in contact kon brengen met haar. Zo hebben we alsnog elkaars telefoonnummers gekregen. We hebben elkaar ook toegevoegd op Hyves en wisselden berichtjes uit. Na verloop van tijd heeft ze te kennen gegeven dat zij een relatie niet zag zitten vanwege mijn bipolaire stoornis. Ze had opgezocht dat sommige mensen die manisch-depressief zijn wel eens vreemd kunnen gaan tijdens een manie.

Mijn argumenten dat ik al jaren stabiel was (ik ben vanaf half 2004 tot eind 2009 stabiel geweest), mochten niet baten. Toen ik haar vroeg of het ooit iets kon worden, heeft ze ‘Nooit’, gezegd. Dat was erg prettig, want daardoor kon ik verder met mijn leven. Ondanks dit alles, hebben we contact gehouden. Dit contact was niet altijd even frequent of intensief, maar het was prettig dat ze in mijn leven was. We hebben elkaar veel verteld en lief en leed gedeeld.

Ik heb wel eens gezegd dat het voor historici en biografen nog wel eens lastig kan worden om te reconstrueren hoe mensen door de decennia heen contact met elkaar hebben gehouden en daar blijf ik bij, want het is geen doen om te achterhalen hoe vaak en wanneer en waarmee we contact hebben onderhouden. SMS, bellen, E-mail, Hyves, Skype, Facebook, WhatsApp. Voor het leeuwendeel moet ik dus alles uit herinnering doen, maar wat ik uit de correspondentie die er was wel af kon leiden, is dat we regelmatig meer dan 3 maanden geen contact hadden. Voor mijn gevoel zijn is er zelfs een jaar geweest waarin we geen contact hadden.

Hoe dan ook, ik ben van Facebook afgegaan eind 2014. Zij was de enige van mijn Facebook-vrienden die graag contact wilde blijven houden. Om dit aan te geven, maakte zij dit duidelijk aan de man die voor onze ontmoeting had gezorgd. Dit was eind februari 2015, maar er was dan ook het een en ander gebeurd in haar leven in de tussentijd. Het laatste dat ik op Facebook van haar had gelezen, was dat ze ging trouwen. Op het moment dat ik weer contact met haar kreeg, was ze vrijgezel met kind.

Ergens in 2015 hebben wij plannen gemaakt om naar de Efteling te gaan in 2016. We hebben het hier meerdere keren over gehad. Nog voordat de tijd aanbrak waarop het lekker weer werd, kwam zij met de site ‘Geek Love’ aanzetten. Via deze dating website voor geeks werd ik verliefd op een vrouw. Hier heb ik het met haar veel over gehad en ze gaf aan dat ze o.a. daarom in 2008 niet iets met mij wilde beginnen, omdat ik zo snel en zo heftig verliefd werd. Toen ik zo’n moeite had met die onbeantwoorde verliefdheid kreeg haar moeder kortingsbonnen, waardoor zij onverwacht in een hotel te zitten in Oisterwijk, met moeder en kind. Dit zal eind Mei zijn geweest. We hebben gezellig gewandeld om een ven in de Oisterwijkse bossen en zij heeft er voor gezorgd dat ik niet meer verliefd was op die vrouw van Geek Love, ook al heeft die vrouw nooit bewust ‘Nee’ gezegd.

Dit is best een overwinning geweest, zowel voor haar als voor mij. Ik heb mijn verliefdheden nooit zo in touw kunnen houden en werd altijd meteen hotel de botel met een koe op zolder. Dit heeft altijd veel druk op mijn ‘mogelijke’ relaties gezet en zij heeft me verteld dat ze, op afstand, er al langer voor heeft proberen te zorgen dat ik dit inzag. Hierdoor heb ik een boek gekocht ‘Verslaafd aan Liefde’, wat mij heeft geholpen met het omgaan met verliefdheden. Ook om het verschil te zien tussen een echte verliefdheid en een, wat zij noemt, ‘bevlieging’. Het is nogal een wezenlijk verschil om echt verliefd te zijn en verliefd te zijn op een idee dat je van iemand hebt. Vriendinnen van mij hebben dit verhaal kunnen bevestigen en ook mijn trainer die mij helpt bij dit soort ‘perikelen’ is erg blij dat ik dit heb kunnen leren.

Tegelijkertijd heeft deze overwinning ervoor gezorgd dat zij anders ging kijken naar mij. In eerste instantie gebeurde er niets, omdat ik op date ging met iemand die ik níet kende, maar daar is enkel een vriendschap uit voort gekomen. Daardoor ontstond een gesprek met haar tijdens het praten over Pokémon GO. Zij had de dag dat het officieel uitkwam een vriendinnen-avond en ik heb 6 1/2 uur Pokémon GO gespeeld. De volgende dag wisselden wij ervaringen uit. Tijdens dat gesprek vertelde ze dat er een 21-jarige jongeman een avontuurtje wilde met haar. Ze is net als ik 31 en zat daar niet op te wachten, maar daardoor zal ze wel na gedacht hebben over het een en ander, want ze stelde de vraag:

“Wat vind je eigenlijk van mij”

Waarop ik zei: “Veel.”

Daarmee was het startsein gegeven en diezelfde vraag stelde ze ook tijdens een telefoongesprek, waarop ik het andere antwoord herhaalde: “Je bent onder andere geweldig.”
Tijdens datzelfde WhatsApp gesprek gaf ze ook aan dat ze niet zo gediend was van een man die ook in de Pokémon GO WhatsApp groep zat die ik twee weken daarvoor had aangemaakt, waar veel bekenden van mij in zaten. Ik had alleen niet van iedereen het telefoonnummer, dus ik had aan een bekende van mij gevraagd die wel die nummers had om de rest toe te voegen, maar hij voegde ook die man toe, die ik niet kende.

De volgende dag, een maandag, heb ik haar een lange e-mail gestuurd met wat dat ‘Veel’ allemaal precies voor mij inhield. De volgende dag stuurde ze een e-mail terug en eindigde dit met ‘Uiteraard sta je vrij om te daten e.d. maar dan weet je iig wat er speelt.’
Ze had wel gevoelens voor mij, maar ze was er nog niet achter of dit meer dan vriendschap was. Hierdoor kwam het dat ik op donderdag 21 juli een gesprek had met een vrouw tijdens Ons Systeem. Vlak voordat ik moest vertrekken vroeg ik aan deze vrouw: “Zou je het leuk vinden als ik je een keer bel?”, waarop zij antwoordde: “Nee, dank je.”
Onderweg terug wilde ik dit aan haar vertelde, maar ze kon niet meer bellen, dus stuurde ik een lang WhatsApp bericht waarop zij reageerde met: “En natuurlijk vind ik het niet erg als je me verteld over wat je meemaakt 🙂 immers ben ik gewoon nog steeds dezelfde … hoor ^^”

Een paar dagen later, op 24 juli, krijg ik wat berichtjes van haar. Ze eindigt met: “Ik denk dat ik een keer met …. ga afspreken” waarbij op de puntjes de naam van ‘die man’ zou staan. Waarna ze ook nog eens aangeeft, dat het plannen van die man waren. Ik was nogal verbaasd, maar aangezien ik mocht daten, mag zij natuurlijk ook daten…
Alleen vertelde ik haar mijn gevoel dat ik het niet zo prettig vond en toen gaf ze aan:
“Mja ik zal je heel eerlijk zeggen dat wel even 2x moest lezen toen jij vertelde over dat andere meisje.. Het was immers net nadat ik je die e-mail had gestuurd.

En ik denk dat ik et ook eigenlijk niet had verwacht. En dat dat meer de reden was dat ik et 2x moest lezen.”

Later gaf ze tijdens het appen aan dat ze het lastig voelt en dat ze ‘die man’ niet verteld had over haar gevoel voor mij. Op 30 juli vertelt ze me dat ze ‘die man’ gezien had, maar pas nadat ik een gesprek begonnen was met haar. De openheid en eerlijkheid die we hadden begint nu te verdwijnen… Ik wil er met haar over praten, maar ik krijg geen gesprek meer voor mekaar. Ik praat er met zowat iedereen over die er voor open staat. Ik ga er van uit dat het nu voorbij is.
Op 5 augustus hebben we een telefoongesprek. Daarin geeft ze aan dat ‘die man’ agressief was en dat ze niet verder met hem gaat. De gesprekken komen terug, alhoewel het soms lang duurt voordat ze reageert, een keer zelfs een hele werkweek.
We besluiten dat we elkaar beter willen leren kennen en dat we weer gaan e-mailen. Ik stuur haar een e-mail over muziek, maar ik krijg daar geen reactie op. Ik wil ook ouderwets gaan chatten, via Skype bijvoorbeeld, maar dat komt ook niet van de grond.

Tijdens het avondeten bij mij thuis op 15 augustus vertel ik dat ik contact heb met haar en de huisgenoot die haar op Facebook heeft verteld dat ze een relatie heeft met ‘die man’. Diezelfde dag heb ik via Telegram een gesprek met een vriend van haar, een jongen die ook Pokémon GO speelt en later toegevoegd is aan de WhatsApp groep en die ik al best veel gesproken heb en hij bevestigt het verhaal van mijn huisgenoot. Daarop besluit ik om haar hiermee te confronteren. Nog diezelfde avond heb ik een WhatsApp-gesprek met haar. Ze ontkent niet, ze maakt geen excuses, ze zegt geen sorry, ze gaat alleen maar zielig doen. En praten over ‘die man’.

Ik gooi de rol van gekwetste geliefde al snel van mij af en trek mij terug in de rol van vriend. Een manier om mij te beschermen en ik vraag haar de volgende dag:
“Oké. Sterkte.
Laat je me weten wat je gevoel zegt als je het weet?
Tot dan.”

Ze reageert meteen met:
“Ja doe ik”

Op dat punt heb ik het ook écht gehad met haar. Ik was boos. Gekwetst. Op dat moment kon ik mij niet herinneren dat iemand me zo gekwetst had. In mijn gedachten gaf ik haar nog een kans. Als ze binnen een week zou reageren en kon vertellen wat haar gevoel zei en waarvoor ze koos en aangaf wat ze wilde van mij of hoe wij ons nog tot elkaar konden verhouden, dan zou ik haar nog een kans geven.

Een week gaat verder en ze reageert niet. Ook al is dat hetgeen dat ik verwacht had, ik had het natuurlijk niet gehoopt. Ik hoopte dat ze in zou zien wat ze gedaan had. IJdele hoop blijkbaar. Alleen begint het besef te zakken wat er gebeurt is. Wat ze gedaan heeft. De liefde die ik voelde voor haar zet zich om in haat. Ik proef wraakgevoelens. Een vriendin zegt me dat ik het tegen ‘die man’ moet zeggen. Ik heb zijn telefoonnummer, maar omdat ik weet dat hij agressief kan zijn heb ik het nog steeds niet gezegd. Alsof ik haar wil beschermen tegen hem. Ben ik echt te lief voor deze wereld?

Er gaat nog een halve week voorbij en weer geen reactie. Het begint zijn tol te eisen. Op een bewuste nacht dat ik van de stad naar mijn woonplaats fiets, krijg ik het heel erg lastig. Ook al was ik op tijd terug naar huis gegaan, ga ik niet op tijd slapen, want ik kan mijn gedachtes niet tot rust krijgen. De volgende dag viert mijn oudste schoonzus haar verjaardag bij mijn moeder thuis. Ik kom 4 uur te laat, onder andere omdat ik zo langzaam fiets dat hardlopers mij inhalen. Ik probeer mijn stemming nog te verbeteren door het spelen van Pokémon GO, maar dat lukt niet.

Het is net alsof dat spel me nog meer doet denken aan haar. Ze heeft natuurlijk van origine natuurlijk al een grote verbintenis met Pokémon, maar ik heb de WhatsApp groep opgericht voor haar, want ik speelde het spel nog niet. Zo’n beetje iedereen in die groep heeft namelijk niet gewacht op de officiële uitgiftedatum, terwijl ik dat wel deed. De WhatsApp groep wordt niet meer gebruikt en het spel speel ik al bijna een week niet meer. Ergens voel ik me beter daardoor, maar de redenen waarom ik gestopt ben met spelen, vind ik niet zo goed. Stoppen met een spel, omdat het je doet denken aan een verloren liefde? Een verloren vriendschap?

Ondanks dit alles, weet ik dat zij altijd veel voor mij zal betekenen, ondanks haar gedrag. Of we ooit nog vrienden zullen worden weet ik niet. Ik ben al blij dat de haatgevoelens voorbij lijken te zijn. Het is namelijk waar wat ze zeggen. Het neemt je over. Overgeven aan haat is heel kwalijk, wat dat betreft kun je beter gewoon boos of zelfs kwaad zijn. Op zich is het ergens wel een goede levensles, ik weet nu zeker dat ik toch echt wel grenzen heb en wat ik doe als die grenzen worden overschreden.

Na 2 1/2 week, op vrijdag 2 september, stuurde ze overigens nog wat berichtjes, maar dat is het melden bijna niet waard. Een stel berichtjes over haarzelf en daarna, toen ik niet meteen reageerde, ‘Ik mis je’. Ik heb overigens helemaal niet meer gereageerd.
De volgende dag, gisteren, stuurde ze:
[11:03, 3-9-2016] Zij: Geen reactie
[11:03, 3-9-2016] Zij: Snap ik wel 🙁

Op het moment van dit typen, ben ik nog steeds niet van plan om te reageren.
Dat heeft met allerlei factoren te maken. Ik wil eerst voor mezelf duidelijk hebben wat ik van haar wil. Ik wil geen geliefde meer zijn, maar voor vriendschap heeft ze mijn vertrouwen toch ook wel heel erg geschonden. Zal ik haar ooit uitleggen waarom ik nu niet reageer? Vast wel. Neem ik op als zij deze week belt? Nee… ze mag mijn voice-mail in spreken. Ze is vrij om mij te e-mailen, het is niet alsof ik haar helemaal ga blokkeren of iets dergelijks. Dat is nergens voor nodig.

Het voornaamste heb ik al gedaan door er over te typen. Tenslotte verwerk ik heel veel door het voor me te zien. Het te ordenen. 3 uur en 4 pagina’s later kan ik wel zeggen dat het gebeuren me wel wat minder doet. Alsof je een hoofdstuk afsluit.

Oorspronkelijk gepubliceerd in Quli op zondag 04-09-2016 17:38

“Denk je dat het mogelijk is om de wereld realistisch te zien en niet depressief te zijn?”

Deze vraag werd mij gesteld door een goede vriendin van me. Mijn eerste antwoord was: “Jazeker”. Daar nam ze, terecht, alleen geen genoegen mee. Vandaar dat ik dit nu typ, want ik ga uitleggen hoe ik dit nu zie.

Laat ik voorop stellen dat het mij niet is gelukt, indertijd. Het is heel moeilijk om jezelf staande te houden als je beseft hoe de wereld in elkaar steekt. Dat wil alleen niet zeggen dat het niet mogelijk is. Je moet alleen wel heel stevig in je schoenen staan en zelfs dan…

Een van de weinige overtuigingen die je dient te bezitten is een ongelooflijk geloof (in de vooruitgang van) / (in) de mensheid. Statistisch gezien gaat het ons steeds beter af. Tegelijkertijd leven we op geleende tijd. We zijn de aarde aan het uitputten op zo’n tempo die we letterlijk niet vol kunnen houden.

De vraag is hoe we daarmee om dienen te gaan. Bedenk je vooral dat het lijden in onze huidige wereld niet groter is dan het voorheen is geweest. We zijn er ons sufweg alleen meer bewust van. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat we onze kop in het zand moeten steken. Ik wil er vooral mee zeggen dat de mensheid al wel eens eerder grote problemen heeft overleefd.

“Resultaten behaald in het verleden bieden geen garantie voor de toekomst, maar bieden wel (ijdele) hoop.”

Natuurlijk weet ik niet om wat voor hoop het hier gaat, maar er zijn gewoon heel veel lichtpuntjes. Het is alleen lastig om ze te zien. Bovendien zijn ze ook nog eens slecht op waarde te schatten. Om zo’n periode als de huidige te ‘overleven’ dien je te beseffen dat, ondanks alles, de wereld het leven waard is.

Dat is alleen vrij lastig. Het overkoepelende model dat nu gehanteerd wordt, neoliberalistisch hyperkapitalisme, biedt gewoon weinig zingeving uit zichzelf. Dat moeten wij mensen zelf doen. Dat is alleen zo’n grote verantwoordelijkheid dat je daar zelf haast al depressief van wordt.

Mijn voorstel, mijn ideaal, is dan ook om ervoor te zorgen dat dit model afgedankt wordt door ervoor te zorgen dat de factor kapitaal minder belangrijk wordt. Als we geld kunnen hervormen, dan verandert het hele stelsel, mits het goed gedaan wordt. Natuurlijk betekent dat iets ‘kan’ natuurlijk niet meteen dat iets gebeurt, maar het geeft mij wel een goed doel in het leven. Iets om voor te streven.

In zekere zin is het dus wel heel belangrijk om ergens in te geloven, want je kunt niet wéten dat het goed komt. Je hebt enkel je geloof. Dat doet mij dan weer denken aan ‘vertrouwen hebben in de economie’, maar dat is een heel ander onderwerp.

Klaarblijkelijk heb ik geen concreet voorbeeld waaruit blijkt dat dit vertrouwen ergens op gestoeld is. Het is alleen wel zo dat dit geloof mij staande houdt. Alleen als je net ontdekt hoe de wereld in elkaar steekt, kan het nogal overweldigend zijn.

Daarom is het wel mogelijk dat iemand zich staande houdt tijdens die ontdekkingstocht, maar niet waarschijnlijk. Om te beginnen dient iemand dus al een hoop zelfvertrouwen hebben, geloven dat het goed komt en het leed van anderen kunnen ‘weerstaan’. Als je erg empathisch bent, is dit vrij lastig.

Depressie lijkt mij niet het grootste probleem waar dit alles toe kan leiden. Apathie is nog veel erger. Mensen gaan gewoon door met hun leven alsof er niets verandert is, alsof ze niet geraakt zijn door wat ze hebben geleerd.

Het is namelijk sufweg geen probleem meer als iedereen zou erkennen wat het probleem was. Als iemand dus de wereld realistisch ziet, goed in zijn of haar schoenen staat, vertrouwen heeft in de mensheid, zich realiseert dat wij ook andere problemen hebben opgelost, dan hoeft die persoon helemaal niet depressief te worden.

Boosheid is logischer. Tenslotte is dat hetgeen wat verandering kan veroorzaken – samen met liefde voor de mensheid. Veel van onze problemen hebben we zelf geschapen en kunnen we dus ook zelf oplossen. Dat de natuur nu aangeeft dat we moeten opschieten, is misschien net die externe motivatie die wij nodig hebben om ervoor te zorgen dat wij op deze planeet kunnen blijven met z’n allen.

Interne Dialoog [Quli]

Filosoof word je. Het is een manier van denken die je jezelf aan kunt leren. De leeftijd waarop je jezelf dit aanleert kan nogal verschillen.

Bij mij was dit nogal vroeg. Ik heb al vroeg in mijn leven methodes geleerd waarmee ik situaties kon analyseren. Dit is niet zomaar gebeurd. Vanwege mijn lage praktische intelligentie en mijn traagheid, was het voor mij noodzakelijk om te leren van anderen.
Leren van je eigen fouten is één ding, maar leren van de fouten van anderen is iets totaal anders. Voordat je zoiets überhaupt kunt doen, dien je je af te vragen waarom mensen de dingen doen die ze doen. Dat alleen al kan een dagtaak zijn en observeren is een methode om daar te komen.

Tijdens mijn kleuterperiode heb ik dan ook weinig tot niet gespeeld zoals andere kinderen dat deden. Ik vond het al leuk om te kijken hoe anderen speelden. Dat wil niet zeggen dat ik daar altijd veel van leren, ik kan nogal altijd niet fatsoenlijk vouwen of knippen of zelfs maar schrijven, maar gedachte experimenten ben ik al vroeg mee begonnen. Nee, ik weet niet wanneer dat precies is begonnen, maar dat ik op mijn 8e al de bewuste keuze nam om vegetariër te worden, omdat ik het zielig vond voor de diertjes zegt wel iets over mijn eigen beweegredenen.

Omgeving is alles en daarom is context erg belangrijk. Mensen handelen nooit in een vacuüm. Er zijn altijd mitsen en maren en het is daarom ook lastig om vuistregels of handvaten vast te stellen. Toch is het soms noodzakelijk dat je kunt kiezen zonder dat je alle gegevens voorhanden hebt. Tenslotte kun je niet alles technisch benaderen.

Zo zijn er situaties die je diep na laten denken als je je daarvoor open stelt.
Een methode die ik graag toepas is de dialoog.

Tijdens de dialoog beschouw je een situatie vanuit verschillende perspectieven en neem je verschillende rollen aan, zodat je kunt achterhalen wat verschillende mensen zouden kunnen vinden van deze situatie. Wanneer de rollen duidelijk zijn, kun je je personages hun stellingen laten poneren en met elkaar in debat laten gaan. Aangezien dit in je eigen hersenpan en / of bewustzijn plaatsvindt is er dan sprake van een interne dialoog.

Deze methode heeft nadelen. De uitkomst van zo’n debat is niet helemaal betrouwbaar, maar het is een goede manier om achter verschillende mogelijkheden te komen. Het is veel beter als je deze exercitie herhaalt met anderen om te achterhalen of je ontdekkingen kloppen, maar er zijn talrijke situaties waarin dit niet mogelijk is. Bovendien is het een traag besluitvormingsproces.

Tegelijkertijd kun je hierdoor veel begrip krijgen voor anderen. Je snapt beter waarom mensen de dingen doen die ze doen. Soms komt het ook voor dat de mensen in kwestie dankzij mij er achter komen waarom ze die dingen doen die ze doen, maar dat is bijvangst. Niet iedereen leeft zo bewust als ik…

Helaas kan deze methode zelfs gevaarlijk zijn. Soms probeer ik het namelijk toe te passen op mezelf om te achterhalen waarom ik iets wil. Dit zorgt voor een splitsing in mezelf waardoor ik op de gekste momenten na kan gaan denken over iets wat op dat moment helemaal niet relevant is én het kan er dus voor zorgen dat ik vastloop. Dit kan gebeuren over ogenschijnlijke triviale zaken als het wel of niet meenemen van een voorwerp tot het komen van een beslissing van een aankoop. Die laatste speelt nu bijvoorbeeld, aangezien ik aan het overwegen ben om een nieuwe telefoon te kopen – iets wat overigens totaal geen financiële overweging meer is, maar dat terzijde.

Mocht het bovenstaande al verontrustend klinken, bedenk dan wat er gebeurd als mijn beoordelingsvermogen versneld is… Wanneer ik manisch ben, maak ik nog veel meer gebruik van de interne dialoog, waardoor ik in staat ben om te ‘weten’ wat mensen gaan zeggen voordat ze het daadwerkelijk zeggen, aangezien mijn gedachtes dan zo snel gaan als een GO-computer (bij wijze van spreken natuurlijk, een GO-computer heeft geen gedachtes 😉 Nee, ik gebruik wel een soort van algoritmes, maar ik weet niet hoe ik dan precies ‘functioneer’.).

Gelukkig kan ik steeds beter aanvoelen wanneer ik die kant op ga of wanneer ik over-analyseer. Het lukt me ook steeds beter om het te laten wanneer het niet belangrijk is. Zo heb ik bijvoorbeeld besloten om de verschillen tussen een boek en de bijbehorende film niet uit te gaan zoeken, simpelweg omdat ik daar toch niet vrolijker van word en het niets veranderd aan één van beiden. Dat is iets dat ik op de harde manier heb moeten leren overigens.

Om mijn gezondheid in goede banen te leiden in verhouding tot bovenstaande gebruik ik muziek. Het heeft niet zo zeer een helende werking, maar eerder een … wat is het woord?
Het biedt een bepaald kader, een anker, een verbinding met de realiteit. Het is een vorm van structuur die ik zelf op kan roepen en zelf aan kan passen die tóch een vorm van willekeur in zich heeft.
Daarover ongetwijfeld later meer.

Oorspronkelijk gepubliceerd in Quli op zaterdag 26-03-2016 23:53