De concentratie van Lithiumcarbonaat in de hersenen – deel 3: Een spiegel van nul

Sinds maandag 2 maart 2026 slik ik geen Lithiumcarbonaat meer. De Lithiumspiegel in mijn hersenen is nu nul. Ik gebruik momenteel geen stemmingsstabilisator meer. De enige medicatie voor mijn bipolaire stoornis is nu nog de Olanzapine, standaard in een dosering van 5 mg.

Dat betekent overigens niet dat er niets misgegaan is. Tijdens het afbouwen van de Lithiumcarbonaat is het afbouwen gepauzeerd. Dit kwam omdat ik hypomaan werd. De Olanzapine is toen verviervoudigd naar 20 mg en ik heb contragedrag ingezet om ervoor te zorgen dat het niet erger werd.

Aangezien ik toen nog slechts 400 mg Lithiumcarbonaat slikte, was de Lithiumspiegel zó laag dat deze mij niet meer beschermde. Erger zelfs: ik had wel last van de nadelen van deze medicatie, maar geen voordelen meer. Desondanks ben ik tijdens die episode thuis blijven wonen.

Met vereende krachten van familie, vrienden, collega’s, behandelaren, herstelcoaches en herstelondersteuners heb ik mezelf in het gareel weten te houden. Mijn eerste episode zónder Lithiumcarbonaat heb ik overleefd zónder opname. Dat is een prestatie.

Alleen één zwaluw maakt nog geen zomer. Het is niet zo dat alle toekomstige periodes ook dit resultaat zullen hebben. Het vereist voortdurend aandacht. Het is niet zo dat ik er nu helemaal ben. Het geeft wél een indicatie. Dat het mogelijk is om zo’n episode door te komen zonder Lithiumcarbonaat.

Dat stemt mij hoopvol. Tegelijkertijd vind ik het ook best spannend. Over het algemeen kan je er wel vanuit gaan dat je als persoon met een bipolaire stoornis om de zoveel tijd wel weer een episode gaat krijgen. Dus is het belangrijk om te letten op de eerste tekenen van een nieuwe ‘ontremming’, het voorstadium van een hypomanie.

Daarom is het ook belangrijk om te ‘ijken’. Om er bij stil te staan hoe anders het nu is. Mijn leven is namelijk niet hetzelfde gebleven. Ik heb veel gewoontes aangepast. Daar ben ik nog steeds niet helemaal aan gewend.

We hebben ervoor gezorgd dat ik mijn Olanzapine kan verhogen naar 20 mg op het moment dat ik dat zelf wil. Deze medicatie ligt in mijn medicijnkluis op mijn slaapkamer met een brief erbij dat ik deze mag gebruiken op mijn eigen verzoek. Dit om te voorkomen dat het inzetten van de verhoging vertraagd wordt, zoals in 2025 het geval was.

Om ervoor te zorgen dat mijn omgeving beter om kan gaan met een hypomane episode heb ik ook weer een klinische les gegeven. Hierin heb ik uitgelegd hoe mijn kwetsbaarheden zijn en hoe deze tot elkaar verhouden. Tevens heb ik de toehoorders uitgelegd wat de handvaten zijn die zij kunnen gebruiken op het moment dat het ‘de verkeerde kant’ op gaat.

Een middel bij het ijken is het meten van mijn slaap. Dat deed ik voorheen enkel met een app op mijn telefoon. Tegenwoordig gebruik ik ook een mat die onder mijn matras ligt. Deze twee meetmethodes vullen elkaar aan, maar zijn zeker niet zaligmakend. Samen geven ze gelukkig wel een goede indicatie van mijn slaap. De gegevens van deze applicaties deel ik dagelijks met mijn groepje.

Doordat ik geen stemmingsstabilisator meer gebruik, heb ik nu ook last van natuurlijke lichte stemmingswisselingen. Daar dien ik nog mee om te leren gaan. Tegelijkertijd zorgt dit ervoor dat ik scherp blijf. Ik merk beter waardoor ik geprikkeld kan raken. Waar mijn ergernissen vandaan komen en wat mij onzeker kan maken. Voorheen leek ik hier minder zicht op te hebben, omdat ik er geen gevolgen van ervaarde.

Hierdoor word ik ook eerder fel. Dan kan ik uitvallen naar iemand. Dat is minder prettig, zacht gezegd. Gelukkig sta ik over het algemeen wel open voor feedback en heb ik mensen om mij heen die mij dit kunnen geven. Wanneer ik in staat ben om mijn goede zelfbeheersing in alle situaties degelijk in te zetten dan verwacht ik hier op de lange termijn geen grote problemen mee.

Over problemen gesproken: mijn huid heeft zich grotendeels hersteld. De acne is zo goed als weg, de roos is er niet meer en achter mijn oren heb ik geen schilfers meer. Ik heb minder dorst, zelden nog een droge mond, het gloeien lijkt weg te zijn en het beven is ook minder. Kortom, de bijwerkingen van de Lithiumcarbonaat zijn weg!

Dat hoort dus niet meer bij mijn leven!
Ik ben heel blij met het resultaat van het afbouwen van de Lithiumcarbonaat. Ik weet nu hoe het is om zonder deze stemmingsstabilisator te leven. Ik weet nog niet hoe mijn leven er verder uit gaat zien, de toekomst is ongewis, maar deze ervaring zal voor altijd bij mij blijven.
Vandaag is het woensdag 27 mei 2026 en sluit ik een hoofdstuk in mijn leven af. Wat gaat mijn nieuwsgierigheid mij allemaal nog brengen?

De zonnige kant – momentopname #1

Gaat het goed?

Het gaat goed.

Voorheen als mensen vroegen hoe het ging dan was ik schuchter met zeggen: “Goed”.

Het is namelijk vaak zo geweest dat dit maar tijdelijk was. Dan ging het wel daadwerkelijk goed met mij, op dat moment, maar daarna niet meer. Dan ging het vervolgens daarna ’te goed’.

In mijn geval betekent ’te goed’ dat ik ontremd word. Aangezien dat bij mij betekent dat ik vervolgens hypomaan word, is dat niet iets waar ik vrolijk van word. Dat dient dan weer bestreden worden met medicatieverhoging en mezelf thuis opsluiten en een manier vinden om mijn energie te kanaliseren.

Er is dus een reden waarom ik voorheen niet zo snel zei dat het goed was. Dat durf ik nu wel te zeggen, omdat anderen het eerder vaststelden. Dat wil zeggen, het gaat al langere tijd goed met mij. Dat is natuurlijk positief.

Tegelijkertijd is het natuurlijk handig om vast te leggen waarom het nu goed met mij gaat. Zodat ik later, als het weer wat minder met mij gaat, deze blogbijdrage terug kan lezen en goed kan duiden waarom het dan bijvoorbeeld weer wat minder met mij gaat.

Aangezien ik een hoge mate van zelfkennis bezit en door de decennia heen ook al aardig bekend ben geraakt met mijn bipolaire stoornis, is het voor mij ondergemiddeld lastig om vast te stellen waarom het goed met mij gaat.

Zo ervaar ik weinig stress. Dat is het belangrijkste. Omgaan met stress is lastig, zeker als het te maken heeft met onzekerheid.

Mijn emotie en ratio zijn niet in conflict met elkaar. Ze kibbelen af en toe wel wat met elkaar, maar over het algemeen zijn de interne dialogen die ik ervaar zelfs constructief te noemen. Ja, ik zou dan ook zeggen dat ik gelukkig ben.

In mijn persoonlijke leven heb ik weinig tot geen zorgen. Als ik me al zorgen maak, dan is dat via proxy. Dan maak ik me zorgen over naasten. Door de jaren heen heb ik een manier gevonden waarmee ik in dat soort situaties enige afstand kan nemen, zodat ik behulpzamer ben.

Ik maak onderdeel uit van een geheel. Dat doet natuurlijk iedereen. In dit geval bedoel ik vooral mijn werk voor Stichting Ons Geld en Simpol. Aangezien bewustwording iets is waar ik dagelijks aan werk en tevens ook mee worstel is het fijn dat ik een duidelijk afgebakende taak lever op dit gebied.

Fijne spullen. Als cyber-hippie heb ik gebruiksvoorwerpen. Als iemand die zich bewust bezig houdt met het behouden en/of verlagen van mijn ecologische voetafdruk vind ik het soms wel lastig dat ik een gamer en gadgetfreak ben. Gelukkig lukt het mij redelijk om spullen die ik koop daadwerkelijk ook te gebruiken.

Mijn materialisme stoort me soms wel eens. Inmiddels is het niet meer iets waar ik mee zit. Van sommige zaken kun je gewoon heel vrolijk worden als je ze eenmaal bezit. Van anderen word je nog vrolijker als je ze gebruikt. Ik heb gewoonlijk zorgvuldig gekozen voor de apparaten die ik heb.

Als geld filosoof moet ik tevens ook erkennen dat ik leuke dingen kan doen met het geld dat mij ‘gegeven’ is in het leven. Ondanks mijn lage inkomen ben ik goed in staat om leuke ervaringen op te doen, onder andere omdat ik goed ben in sparen.

Een andere reden dat het goed met mij gaat, is de dagelijkse gang van zaken. Over het algemeen gaat het opstaan goed, is mijn zelfverzorging tamelijk in orde en leer ik nog steeds nieuwe dingen, bijvoorbeeld bij het koken.

Het is dus een combinatie van ‘gebrek aan negatieve vrijheden’ en enkele ‘positieve vrijheden’ die mijn leven heel goed maken. Op de stress na, is er ook lastig een volgorde in te maken.

Zoals ik weleens in een ander stuk heb geschreven, voelt het alsof er een tijdperk gaat komen waarin de wereld mij veel biedt en dat ik de wereld nog veel te bieden kan gaan hebben.

Mijn verhaal

Mijn naam is Johan Zijlstra en in het dagelijkse leven worstel ik vooral met opstaan. Ik heb moeite met het maken van keuzes, in allerlei hoedanigheden. Hierdoor en doordat ik weinig automatiseer heb ik moeite gehad met zelfverzorging en heb ik nog steeds hulp bij van alles en nog wat.

Toen ik klein was vond ik het leuker om te kijken hoe anderen speelden dan om zelf te spelen. Mijn idealen waren er ook vroeg bij. Zo ben ik uit eigen beweging vegetariër geworden op mijn 8e. Een paar jaar geleden kwam ik er achter dat dit verklaarbaar is vanuit mijn ‘advocaat persoonlijkheid’.

Tijdens mijn schoolcarrière liep ik vanwege mijn ASS al tegen problemen aan. Een van de oplossingen was dat ik meer tijd kreeg, omdat ik zo langzaam schrijf. De bovenbouw van het VWO heb ik vreemd doorlopen. Eerst mocht ik over omdat ik van profiel wisselde en daarna omdat ik 2 jaar over mijn examenjaar zou doen.

Helaas geloofde ik amper in mezelf en werd ik depressief in mijn eerste examenjaar. Toen heb ik aan het eind van dat schooljaar het antidepressivum Seroxat voorgeschreven gekregen. Dit heeft mijn eerste manische episode veroorzaakt. Ik werd tegen mijn wil opgenomen.

Het heeft vervolgens jaren geduurd totdat ik een goede mix van medicatie kreeg waarmee mijn bipolaire stoornis behapbaar werd. Alleen Lithiumcarbonaat bleek niet afdoende, maar dat spul heeft wel intussen voor nogal wat huidproblemen gezorgd, iets waarvoor ik elke maand behandeld word. Ik ben overigens medicijntrouw.

Vaak werden mijn (hypo)manische episodes veroorzaakt door verliefdheden. Punten waarop mijn ratio en mijn emotie met elkaar in botsing kwamen zorgden ervoor dat ik uit balans raakte. Gelukkig helpt contragedrag. Dat je actief probeert te zijn tijdens een depressie en jezelf opsluit als je manisch bent. Vooral dat laatste ben ik erg goed in. Ik vermijd direct contact dan zo veel mogelijk, ik kom enkel buiten voor boodschappen en maak het mij gemakkelijk.

Mocht dat allemaal niet helpen dan heb ik een heel groot sociaal netwerk en krijg ik goede begeleiding, zowel van de RIBW als via mijn behandelaar van de GGZ. Een verviervoudiging van mijn Olanzapine is een goede stok tussen de deur. Dat mijn wahjong-uitkering zorgt voor een betrouwbaar inkomen en dat mijn zorg-indicatie ook al zo goed als vast staat, geeft mij veel rust.

Helaas zijn er ook zaken waar ik niet tevreden over ben. Door de manier waarop mijn leven verlopen is, zijn er veel zaken die ik gemist heb. Mijn puberteit heb ik min of meer overgeslagen. Ik heb nooit echt gestudeerd zoals mensen met mijn intelligentie meestal doen. Over het algemeen kan ik genieten van het leven en ben ik meestal gelukkig.

Toch is kijken naar de zaken die je wel kunt niet altijd even makkelijk. Het is leuk dat ik vrijwilligerswerk doe, maar dat doe ik ook grotendeels voor mezelf, omdat ik de structuur nodig heb. Echt voldoening haal ik er niet meer uit, dus ik ben aan het zoeken hoe ik nu mijn tijd het beste kan besteden.

Met mijn zelfbeeld en zelfvertrouwen leek het mij onverstandig om een opleiding te gaan doen en bovendien weet ik nog steeds niet welke studie ik dan zou willen volgen. Of dit nu zelfstigma is of een zichzelf vervullende voorspelling laat ik even in het midden.

Mja, ooit geloofde ik ook niet dat ik op mezelf zou kunnen wonen en dat doe ik momenteel ook. Wat dat betreft weet ik ook niet waar het schip strandt. Tegelijkertijd zal ik nooit de witte vlag heisen.

Lang was ik bang voor mezelf en wat ik mij, mezelf en mijn omgeving aan kon doen.
Tegenwoordig ben ik nieuwsgierig naar wat ik de wereld allemaal nog te bieden zal hebben.