‘Van wie wordt ons geld?’ recensie

Het Tweede Kamerlid Mahir Alkaya heeft het boek ‘Van wie wordt ons geld?’ geschreven en uit laten geven bij Bot Uitgevers op 3 maart 2022. Het boek is beschikbaar als paperback en e-book. Dit is mijn recensie van het boek.

Er zijn mensen die zich bezig houden met utopieën. Er zijn mensen die zich bezig houden met het voorkomen van dystopieën. Klaarblijkelijk is Alkaya in te delen in de laatste categorie. Hij geeft in het begin goed aan waar het een en ander toe zou kunnen leiden als we niets doen.

Vervolgens legt Alkaya stap voor stap uit hoe de huidige situatie is ontstaan. Dat doet hij zo treffend en met zulke mooie voorbeelden dat je haast gaat denken dat hij het zelf ontworpen heeft. Niets is minder waar, want Alkaya legt telkens de vinger op de zere plek.

De manier waarop het boek is opgebouwd is erg prettig. Sommigen zullen de inleiding (Het voorwoord en hoofdstuk 1) wellicht wat lang vinden. De drie delen die daarna volgen zijn zo zorgvuldig opgebouwd en grijpen geregeld terug naar elkaar dat je snapt waarom die lange inleiding gerechtvaardigd is.

Boeken over geld kunnen namelijk makkelijk slecht leesbaar worden. Dat is hier geenszins het geval. Dit is het meest toegankelijke boek over geld dat ik ooit heb gelezen. Zoals uit het boek blijkt, speelt er nogal wat in de wereld van het geld, maar het is niet zo dat het onbegrijpelijk is.

Je zou daardoor kunnen denken dat het inhoudelijk minder sterk is, maar het boek onderbouwt zijn kritiek, zowel op wat er gebeurd is, als op wat er nog gebeurt. Daarnaast geeft het, zoals gezegd, ook aan wat er zou kunnen gebeuren.

Het boek is zowel een goede introductie tot het onderwerp ‘geld’ als een mooie momentopname van de huidige situatie. Tevens is het te lezen als een betoog voor meer democratisch overwicht over de manier waarop geld werkt. Bijvoorbeeld ook door aan te geven wat er door (de huidige omgang met) geld nu niet werkt.

Tussen neus en lippen legt het boek ook uit hoe geld ontstaat zonder te verzanden in details. Het rare aan het boek is dat het soms haast lijkt alsof je een handleiding van het geldstelsel aan het lezen bent, maar dan geschreven in levendige bewoordingen. Het is een vaardigheid om materie zoals deze, die al gauw taai wordt, zo in de schijnwerpers te zetten.

Alkaya heeft dan ook een achtergrond als ingenieur en dat is dus te merken. Hij geeft een analyse op systeemniveau. Tegelijkertijd schetst hij de context nadrukkelijk. Het boek is daarom warm aan te bevelen.

Tenslotte willen we weer dat ons geld weer van ons wordt, nietwaar?

 Je geld of je leven!

Je geld of je leven!

Iedereen wordt beroofd.
Niemand spreekt hier openlijk over.
Waarom niet?


Men weet niet hoe het werkt.
De dieven zijn anoniem.
De werkwijze is gelegaliseerd.


Schade is merkbaar, maar onmeetbaar.
De gevolgen zijn wel degelijk bekend.


Normen en Waarden zijn onbelangrijk.
Prijs is het enige wat Geldt.


Iedereen laat het gebeuren.
Niemand weigert mee te werken.
Waarom?


Men weet niet dat het anders kan.
De dieven hebben invloed.
De werkwijze is commercieel.


Schade is menselijk, maar immoreel.
De gevolgen zijn wijd verspreid.


Normen en Waarden zijn onbelangrijk.
Prijs is het enige wat Geldt.


Onwetendheid is de grootste vijand.
Kennis is macht. Ontdek uw kracht.
Hoe?


Onwetendheid is een keuze.
Weet wat je zegt.
Bestudeer de feiten.

Persoonlijke financiële stresstest

Afgelopen maand heb ik gekeken hoe ik er financieel voorstond door een test te doen. Ik wilde weten of mijn maandelijkse uitgaven pasten bij mijn inkomen.

Natuurlijk had ik kunnen berekenen hoeveel ik in de maand daarvoor uitgegeven had en hoeveel inkomen ik die maand had. Daar was ik aan de ene kant te lui voor en tegelijkertijd vond ik dat ook te makkelijk.

Als ik dat gedaan had, dan zou ik namelijk inderdaad weten of ik ’te veel’ of ’te weinig’ uitgaf. Je zult je afvragen waarom ik dat al niet wist. Nu wist ik globaal wel hoe ik ongeveer uit zou moeten komen. Het is alleen anders als je dit ervaart dan als je dit berekent.

Laat ik duidelijk zijn: ik maak me geen zorgen om mijn financiën. Mijn buffer is groot genoeg om meerdere grote uitgaven én onverwacht grote uitgaven op te kunnen vangen. Bovendien spaar ik ook gewoon wekelijks een bedrag. Daarnaast is mijn inkomen ook super stabiel. De vraag was dan ook meer of mijn spaargedrag niet een vorm van ‘broekzak – vestzak’ was.

Het is namelijk meer dan eens voorgekomen dat ik een bedrag van een van mijn andere IBAN (Ik heb er 12 van de 25, ja ik vind het zelf ook veel) bij bunq naar mijn ‘bunqrekening’ heb overgeboekt. Dus had ik mij voorgenomen om dat deze maand niet te doen, want anders zou de test nergens op slaan, nietwaar?

Toen mijn zorgtoeslag binnenkwam heb ik al het andere geld dat daarvoor al op die bunqrekening stond overgeboekt naar een andere IBAN. Vervolgens ben ik mijn leven gaan leven zoals ik dat gewoonlijk doe. Ik heb me er vooral voor gewaakt dat ik mijn standaard uitgaven bleef doen.

Zo ben ik gewoon boodschappen blijven doen bij de natuurvoedingswinkel Solidare, heb ik niets veranderd aan mijn abonnementen & donaties en heb ik ook nog luxe uitgaven gedaan. Ook bleef ik sparen.

Het viel me vooral op hoe terughoudend ik werd met het uitgeven van geld aan zaken die ik dus niet elke maand koop… Nu was ik me er van bewust dat er, gedurende het jaar, best wel maanden zijn met incidentele uitgaven… wat het ook lastig maakte.

Tel daarbij op dat mijn inkomen niet in zijn geheel op één dag op mijn bunqrekening gestort wordt. Bovendien spaar ik wekelijks in plaats van maandelijks. Dat alles maakt het niet bepaald overzichtelijk – hoewel je dat natuurlijk wel kunt schatten. Ik wilde het alleen niet berekenen.

Ik voelde me bij tijd en wijle ook echt arm – terwijl ik dat dus níet ben. Het idee dat je ‘het eind van de maand’ niet gaat halen is akelig. Terwijl ik natuurlijk op zo’n beetje elk moment geld van mijn andere rekeningen kon halen. Er kon mij niets wezenlijks overkomen, maar het idee alleen al is verontrustend.

Tegen het einde van de maand werd het ook echt moeilijk. Er kwamen twee uitgaven aan die ik echt graag wilde doen. De een was een jaarlijkse incidentele luxe uitgave die ik zonder de test zó gedaan zou hebben. De andere was het kopen van concertkaartjes voor een van mijn favoriete artiesten – Marina.

Bovendien waren beiden tijdgebonden. Die jaarlijkse uitgave deed ik gewoonlijk omdat het in die periode in de aanbieding was. Wanneer ik die uitgave dus níet deed en ik zou dat abonnement later nodig blijken te hebben dan zou ik meer geld kwijt zijn dan als ik het geld nu uit zou geven. Het ironische is natuurlijk dat je nu zult zien dat ik het pas over een jaar of zo nodig ga hebben. Het voelde alleen niet goed – ik zou tegen mijn principes in moeten gaan.

Dus heb ik vals gespeeld. Ik heb dat abonnement dat in de aanbieding was met korting gekocht met behulp van een andere IBAN. Een ander potje als je wilt. Gewoon omdat ik bang was dat als ik het van de bunqrekening zou betalen dat ik het dan niet ‘zou halen’ of dat ik ‘iets zou missen’.

Bij het kopen van de concertkaartjes werd ik er nog meer mee geconfronteerd dat ik niet zou slagen voor mijn eigen test. Het is niet dat ik de beslissing moeilijker vond. Die uitgave niet doen, daar zou ik echt spijt van hebben. Het is alleen wel jammer dat ik hierdoor niet slaagde in mijn opzet.

Daar moet ik wel bij zeggen dat als ik één van de uitgaven niet gedaan zou hebben dat ik dan het einde van de maand gehaald zou hebben – maar niet allebei. Het is zelfs zo dat ik de concertkaartjes een minuut ná de transactie wél had kunnen kopen vanaf mijn bunqrekening – maar dat had dan weer niet gekund als ik het abonnement van die rekening had betaald.

Hieruit moet ik concluderen dat ik niet in staat ben geweest om ‘gewoon’ te kunnen leven van het geld dat mijn bunqrekening bereikt in een maand tijd. Ik zat er alleen wel heel dichtbij. Ik vind het ook niet erg dat ik het niet gehaald heb. Ik ben er wel een stuk wijzer van geworden.

Zo weet ik nu dat ik het kán halen als ik dat wil. Ik ben best in staat om te snijden in sommige uitgaven. De vraag is vooral óf ik dat wil en hoe structureel mijn tekort per jaar (gemiddeld per maand) is. Zo zou ik bijvoorbeeld mijn vakantiegeld (die ik ook weggesluisd had) kunnen gebruiken om de tekorten op te vangen, want ik ga toch niet graag op vakantie.

Iemand suggereerde dat ik deze test elke maand van het jaar zou moeten houden om te bekijken of ik echt kan leven met mijn inkomen, maar dát ga ik dus liever wél berekenen. Het idee daarachter is dat je tijdens zo’n test als deze uitgaven gaat uitstellen. Deze test ervoer ik echter als zeer oncomfortabel en ga ik dan ook niet verlengen als het niet hoeft.

Wat betreft de vraag of er sprake is van ‘broekzak – vestzak’:

Daar is inderdaad sprake van. Alleen heb ik in de afgelopen maand meer gespaard dan dat ik aan het einde van de maand ’tekort’ (via andere IBAN had uitgegeven) kwam. Ik ben dus in zekere zin geld aan het ‘rondpompen’.

Wederom heb ik dit nog niet gecorrigeerd naar een gemiddelde per maand of heb ik het vakantiegeld hierin meegerekend. Het verschil is ook nog eens dusdanig klein dat ik er niet van wakker lig. Tenslotte heb ik al aangegeven dat ik kan snijden in mijn uitgaven als dat nodig blijkt te zijn.

Sterker nog, ik heb gemerkt dat ik met de uitgaven die ik doe best wel tevreden ben. Ik heb nergens gedacht van:

“Waarom geef ik daar eigenlijk geld aan uit?”

Johan Zijlstra

Een gemeenschappelijke vijand

De Mensheid is bij elkaar gekomen om een virus uitbraak te bestrijden. We zitten allemaal in het schip. We kunnen allemaal aangestoken worden. Velen van ons zitten in isolatie.

Sinds ik bekend ben met deze situatie doet het me denken aan iets waar ik ooit om hem gevraagd. Dat was een gemeenschappelijke vijand. Dat is namelijk hetgeen we nodig hebben om meer tot elkaar te komen.

Laat het duidelijk zijn, ik heb niet om de huidige situatie gevraagd! Alleen ben ik wel van mening dat het handig is om gebruik te maken van de situatie om veranderingen door te voeren ten behoeve van ons bestaan op Aarde.

Er valt namelijk nogal wat af te dingen aan ons bestaan op Aarde. Als ik alle problemen op gaan noemen die enkel en alleen al ontstaan zijn door onze manier van omgaan met geld dan ben ik al een tijdje bezig. Natuurlijk zijn er ook problemen die niet direct door (onze omgang met) geld worden veroorzaakt. Alleen is het dan wel vaak zo dat die problemen minder nijpend zouden zijn als geld in zichzelf geen probleem zou zijn.

Het ‘leuke’ van deze crisis is dan ook dat geld op zichzelf geen probleem meer lijkt te zijn. Er wordt alles op alles gezet om onze volksgezondheid te behouden. Mooi om mee te maken dat er tóch iets boven de economie gaat.

Laten we onszelf daaraan herinneren als we volgend jaar verkiezingen hebben. In een tijden van crisis is er geld. Spontaan. Alsof het aan een boom groeit.

Het ironische is dan ook wel dat geld daadwerkelijk, door ons mensen, geschapen wordt. In tegenstelling tot het vuur, dat natuurlijk is en het wiel, dat we hebben afgekeken van de natuur, is geld zo kunstmatig als iets.

Natuurlijk wil dat niet zeggen dat het daardoor geen effect meer heeft. Het punt is dat het enkel effect heeft als wij willen dat het effect heeft. Geld is een sociaal construct. Wij bepalen zelf wat er mee doen. Dat geldt ook voor de manier waarop geld ontstaat. Het is tenslotte onze schepping.

Laten we met elkaar afspreken dat geld ons niet meer in de weg gaat zitten. We gaan het verhaal achter geld herschrijven. Hoe gaan we dat doen?

Simpelweg door aan te geven wat we willen. We gaan aangeven wat we willen bereiken en bedenken daarná wat we daarvoor nodig hebben. Als dat geld is dan maken we daar geld voor. Heeft dat geld zijn functie gehad en is het niet meer nuttig? Dan halen we het weer uit het systeem.

In plaats van dat we belastingen gaan betalen om geld te verzamelen gaan we belastingen heffen om geld uit het systeem te halen dat overbodig is geworden.

Geld wordt dan in omloop gebracht indien we dat nuttig achten. Geld is er dan ‘om er te zijn’ zoals de oorspronkelijke betekenis van ‘fiat geld’ betekent ‘laat het er zijn’.

Natuurlijk is het dan heel belangrijk om te bepalen hoe er geld in omloop wordt gebracht en wie dat gaat doen en onder welke omstandigheden en in welke context. Daarvoor hebben we een vierde of vijfde macht nodig. Een monetaire autoriteit die uitsluitend over (de samenstelling van) de geldhoeveelheid gaat die in omloop is in een economie.

Waarom dienen we hiervoor een gemeenschappelijke vijand te hebben? Nou, eigenlijk hebben we die helemaal niet nodig. Dat is uitsluitend om ons er op te wijzen dat we samen met onze medemens de wens kunnen uitspreken dat we een andere samenleving willen hebben.

Dát is uiteindelijk waar politiek over gaat. De strijd tussen ideeën. Welk idee werkt het beste voor zo veel mogelijk mensen? Hoe voorkom je dat een kleine minderheid het verpest voor de rest?

Het is stuitend om te zien hoeveel er kapot wordt gemaakt in de naam van een idee. Bedenk dan ook dat er een hoop kan worden gemaakt in de naam van een idee. Hopen liggen alleen op straat. Het is aan ons om te handelen naar onze ideeën en ons opnieuw gaan verbeelden hoe mooi het leven kan zijn op Aarde.

“Denk je dat het mogelijk is om de wereld realistisch te zien en niet depressief te zijn?”

Deze vraag werd mij gesteld door een goede vriendin van me. Mijn eerste antwoord was: “Jazeker”. Daar nam ze, terecht, alleen geen genoegen mee. Vandaar dat ik dit nu typ, want ik ga uitleggen hoe ik dit nu zie.

Laat ik voorop stellen dat het mij niet is gelukt, indertijd. Het is heel moeilijk om jezelf staande te houden als je beseft hoe de wereld in elkaar steekt. Dat wil alleen niet zeggen dat het niet mogelijk is. Je moet alleen wel heel stevig in je schoenen staan en zelfs dan…

Een van de weinige overtuigingen die je dient te bezitten is een ongelooflijk geloof (in de vooruitgang van) / (in) de mensheid. Statistisch gezien gaat het ons steeds beter af. Tegelijkertijd leven we op geleende tijd. We zijn de aarde aan het uitputten op zo’n tempo die we letterlijk niet vol kunnen houden.

De vraag is hoe we daarmee om dienen te gaan. Bedenk je vooral dat het lijden in onze huidige wereld niet groter is dan het voorheen is geweest. We zijn er ons sufweg alleen meer bewust van. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat we onze kop in het zand moeten steken. Ik wil er vooral mee zeggen dat de mensheid al wel eens eerder grote problemen heeft overleefd.

“Resultaten behaald in het verleden bieden geen garantie voor de toekomst, maar bieden wel (ijdele) hoop.”

Natuurlijk weet ik niet om wat voor hoop het hier gaat, maar er zijn gewoon heel veel lichtpuntjes. Het is alleen lastig om ze te zien. Bovendien zijn ze ook nog eens slecht op waarde te schatten. Om zo’n periode als de huidige te ‘overleven’ dien je te beseffen dat, ondanks alles, de wereld het leven waard is.

Dat is alleen vrij lastig. Het overkoepelende model dat nu gehanteerd wordt, neoliberalistisch hyperkapitalisme, biedt gewoon weinig zingeving uit zichzelf. Dat moeten wij mensen zelf doen. Dat is alleen zo’n grote verantwoordelijkheid dat je daar zelf haast al depressief van wordt.

Mijn voorstel, mijn ideaal, is dan ook om ervoor te zorgen dat dit model afgedankt wordt door ervoor te zorgen dat de factor kapitaal minder belangrijk wordt. Als we geld kunnen hervormen, dan verandert het hele stelsel, mits het goed gedaan wordt. Natuurlijk betekent dat iets ‘kan’ natuurlijk niet meteen dat iets gebeurt, maar het geeft mij wel een goed doel in het leven. Iets om voor te streven.

In zekere zin is het dus wel heel belangrijk om ergens in te geloven, want je kunt niet wéten dat het goed komt. Je hebt enkel je geloof. Dat doet mij dan weer denken aan ‘vertrouwen hebben in de economie’, maar dat is een heel ander onderwerp.

Klaarblijkelijk heb ik geen concreet voorbeeld waaruit blijkt dat dit vertrouwen ergens op gestoeld is. Het is alleen wel zo dat dit geloof mij staande houdt. Alleen als je net ontdekt hoe de wereld in elkaar steekt, kan het nogal overweldigend zijn.

Daarom is het wel mogelijk dat iemand zich staande houdt tijdens die ontdekkingstocht, maar niet waarschijnlijk. Om te beginnen dient iemand dus al een hoop zelfvertrouwen hebben, geloven dat het goed komt en het leed van anderen kunnen ‘weerstaan’. Als je erg empathisch bent, is dit vrij lastig.

Depressie lijkt mij niet het grootste probleem waar dit alles toe kan leiden. Apathie is nog veel erger. Mensen gaan gewoon door met hun leven alsof er niets verandert is, alsof ze niet geraakt zijn door wat ze hebben geleerd.

Het is namelijk sufweg geen probleem meer als iedereen zou erkennen wat het probleem was. Als iemand dus de wereld realistisch ziet, goed in zijn of haar schoenen staat, vertrouwen heeft in de mensheid, zich realiseert dat wij ook andere problemen hebben opgelost, dan hoeft die persoon helemaal niet depressief te worden.

Boosheid is logischer. Tenslotte is dat hetgeen wat verandering kan veroorzaken – samen met liefde voor de mensheid. Veel van onze problemen hebben we zelf geschapen en kunnen we dus ook zelf oplossen. Dat de natuur nu aangeeft dat we moeten opschieten, is misschien net die externe motivatie die wij nodig hebben om ervoor te zorgen dat wij op deze planeet kunnen blijven met z’n allen.